Home

Julian Romero overvalt Willem van Oranje

1517 - 1578

Moordenaar van Naarden vereeuwigd in wereldberoemd schilderij van El Greco

Julian Romero en zijn beschermheilige geschilderd na zijn door El Greco

Een Spaanse legerleider met veel op z'n kerfstok is overste Julian Romero (1517 - 1578). De beroemde schilder El Greco beeldt hem na zijn dood af als een heilige, opkijkend naar God. Ze noemen hem de knappe, El Guapo. Want op zijn talrijke slagvelden raakt hij verschrikkelijk verminkt. Hij verliest een oor, een oog, een arm en een been. Hij ontpopt zich in de Lage Landen als een onbarmhartig vechter, die als het moet met harde hand ingrijpt zoals in Naarden dat hij in 1572 laat uitmoorden.

Een andere, twijfelachtige mijlpaal in zijn leven is de aanslag op Willem van Oranje in een poging hem gevangen te nemen of mogelijk zelfs te doden. In een nachtelijke overval (camisado) op zijn tentenkamp vlak voor Bergen (Mons) onderscheidt Romero zich als een gevaarlijk strijder. Honderden staatse soldaten vinden de dood. De broer van de prins, graaf Lodewijk van Nassau, zucht al maanden onder een belegering op slechts enkele kilometers afstand. Maar Willem van Oranje moet zich, dank zij de overval van Romero, terugtrekken waarna zijn broer de strijd moet opgeven.

Links: Julian Romero de las Azanas en zijn beschermheilige Sint Julian 1587 - 1597. Dit beroemde werk van El Greco (de Griek) hangt in het grote museum El Prado in Madrid, de Spaanse hoofdstad waar het werk is gemaakt.
Op het schilderij staat de tekst: Julián Romero, el de las hazañas, natural de Antequera, comendador de la Orden de Santiago, Maestre de campo, el más famoso de los ejércitos de Italia y Flandes, de cuyos hechos gloriosos están llenas las historias ofwel Julian Romero de las Azanas..., commandeur in de orde van Santiago, grootmeester van Italy en Vlaanderen. Met Flanders bedoelen de Spanjaarden de Lage Landen, dus ook Holland en Zeeland.

Romero is al in 1561 soldaat in Spaanse dienst in de Nederlanden. Daarna is hij in Spanje en Italië actief, mogelijk in de strijd tegen de sultan van Turkije. Samen met de hertog van Alva keert hij in 1567 terug in de Lage Landen, maar nu om er echt te vechten. Romero is niet van adel maar door zijn moed werkt hij zich op van soldaat tot overste. Hij leidt een Siciliaanse brigade van 1600 man, bestaande uit tien vendels. (bron)

Julian Romero overvalt in een camisado Willem van Oranje in de nacht van 11 op 12 september 1572 bij het dorp Symphorien. Zijn hondje wekt de vader des vaderlands en redt zijn leven. Willem van Oranje moet zich terugtrekken waarna Romero graaf Lodewijk van Nassau in Bergen (Mons) tot overgave dwingt. Wanneer de slachting van de Bartolomeusnacht (22 augustus) bekend is geworden verwacht Willem van Oranje geen hulp meer. De Spaanse opmars gaat verder. Mechelen en Zutphen moeten boeten omdat ze zich bij de opstand hebben aangesloten. Overste Romero heeft de leiding wanneer de Spanjaarden Naarden uitmoorden op 1 december 1572 (Afbeelding hier onder). Zelf katholieken onder wie nonnen van een klooster vinden de dood.

Gutze, de hond die Willem van Oranje het leven redt

Boven: Op het praalgraf van Willem van Oranje in de Nieuwe Kerk van Delft is zijn hondje Gutze afgebeeld. Het dier wekte de prins tijdens een nachtelijke overval.

Een gevelsteen herdenkt aan de moord op de inwoners van Naarden Romero is enkele dagen later in de voorhoede bij de eerste aanval op Haarlem. Drie regimenten, zogeheten tercio's, verschijnen op 10 december 1573 voor de poorten van Haarlem nadat de Spaanse officier Zapata een arm is afgeschoten. De zoon van Alva, Ferdinand van Toledo en Braccamonte begeleiden overste Romero. Romero zou een omtrekkende beweging rond Haarlem maken met zijn leger. Hij is de enige met succes.

Soldaten van zijn regiment zien tot hun grote verbazing Hollanders over het ijs schaatsen naar Haarlem. Over het ijs verplaatsen ook de Spaanse soldaten zich en doen zelfs een stormaanval op een schans bij Sparendam. Veel zwaarbewapende (dubbel soldeniers) zakken door het ijs op hun vlucht en verdrinken op weg naar Assendelft.

Driehonderd man onder wie kapitein Maarten Pruis laten het leven. Drie vendels met hun geschut gaan verloren. De verliezen aan Spaanse kant zijn relatief gering.

De volgende dag, 11 december, veroveren Spaanse soldaten van Romero het huis van Kleef, het Reguliersklooster en het Leprozenhuis die maar enkele honderden meters aan de noordkant van Haarlem liggen.

Romero neemt het Huis Kleef in voordat het kan worden opgeblazen

Boven: Romero neemt het huis Kleef in voordat het kan worden opgeblazen. De bewoner, Lancelot van Brederode, is in Haarlem dat op de achtergrond is afgebeeld. Haarlem geeft zich een half jaar later over aan de Spaanse legerleiding dat het beleg voert vanuit het Huis Kleef.

Spaanse verkenners melden de volgende dag, 12 december, dat een leger van 4000 geuzen en soldaten zich in Noordwijk opmaken Haarlem te ontzetten. De dag daarna rukt Don Frederik via Tetterode of Overveen en Aerdenhout over de duinrand naar het zuiden met 500 arkebussiers, 200 infanteristen en zestig ruiters. Zijn verslaan met gemak na een uur lopen het leger onder Lumey, Willem van der Marck.

Zwaar geschut zien de Haarlemmers bij de Sint Janspoort verschijnen en de eerste dag slaan 680 kanonkogels een bres in de stadsmuur. Een aanval kost 150 tot 200 soldaten het leven. Romero is door een schot in het oog voorlopig uitgeschakeld.

In april, drie maanden later, is hij weer volop actief bij de insluiting van Haarlem. De stad krijgt al een week geen voedsel meer van buiten de poorten. Een aanval op de Spaanse vloot op het Haarlemmermeer staat voor de deur, zo brieven spionnen over. Romero die opklimt tot Don Frederiks rechterhand, moet het Spaarne verdedigen tegen de geuzen. Caspar de Robles en Goignies trekken naar de Fuik. Soldaten van beide partijen bevechten elkaar op het water en op het land. De Spanjaarden winnen de schermutselingen.

De Staatse vloot onder Marinus Brandt gaat kopje onder op 26 mei en twee dagen later verjaagt Romero de opstandelingen uit een reeks van zeven schansen. Want vanaf het Haarlemmermeer ontvangen de opstandelingen geen steun meer van de geuzen.

Vlieboten in actie op het Haarlemmermeer tegen de Spanjaarden

Boven: Vlieboten met de Oranje-wit-blauwe vlag vechten tegen de Spaanse vloot uit Amsterdam. De geuzen verliezen de slag om het Haarlemmermeer. (Schilderij van H.C. Vroom)

Geuzen omsingelen het vlaggenschip de inquisitie van Bossu

Boven: Geuzen omsingelen het vlaggenschip de inquisitie van de graaf Bossu en nemen hem zelfs gevangen. De Spanjaarden verliezen de slag. Alva verlaat de Lage Landen teleurgesteld. Romero en Valdez willen een eindzege forceren en rukken gescheiden op naar het zuiden. Romero gaat via de duinrand naar Wassenaar en Maassluis waar hij op 14 november 1573 Marnix van Sint Aldegonge gevangen neemt. Valdez wil Leiden en Den Haag overrompelen. Hij omsingelt Leiden en bezet Den Haag.

Romero is helemaal verbaasd wanneer de verdedigers bij de Sint Janspoort, op de plek van de hoofdaanval, zoveel puin op het verdedigingswerk gooien dat de Spaanse mijnen (tunnels) onder de wallen inzakken. 'Ik vraag Uw Excellentie', schrijft Romero verbaast aan Alva, 'waar heeft men ooit gezien of gehoord dat in een belegerde stad de belegerden vier bergen tegelijk naar buiten werken, ieder zo groot als de grootste kant van het kasteel van Antwerpen en twee maal zo hoog en dat zij op die wijze de aanvaller tegemoet gaan, en iedere dag terrein winnen? En inderdaad die welke zij tegenover onze kat hebben opgeworpen die wegens haar hoogte de Toren van Babel wordt genoemd (dat is de kat op het ravelijn). En daar zij tegelijk zijn opgeworpen gelijken zij op vier bolwerken die elkaar flankeren. Hadden zij buskruit dan konden zij ze met artillerie bewapenen en als zodanig gebruiken'.

Romero ontdekt in het begin van de zomer dat sommige belegeraars overlopen, onder wie Anton van Berkenrode. Op de 12e juli bespreken beide partijen een overgave van de stad. Maestro de Campo Juliaan Romero begeleidt de graaf van Bossu de volgende dag naar de Haarlemmer Hout waar de overgave wordt getekend. Wanneer dat is gebeurd zal Romero de poort bewaken via welke de Spaanse troepen de stad binnentrekken. Meer dan duizend mensen worden de dagen daarna terechtgesteld en vermoord. (bron: Het beleg van Haarlem van dr J.W. Wijn). Het beleg van Haarlem breekt de Spanjaarden bijna op. Ze verliezen veel tijd en veel soldatenlevens, naar schatting 6000 soldaten in Spaanse dienst komen om.

Middelburg
Requesens lost Alva op 18 december 1573 af na een debacle bij Alkmaar en de verloren slag op de Zuiderzee. Requesens bedenkt een plan om Walcheren te veroveren en Mondragon in Middelburg (tekening hieronder) te ontzetten.

Rechts: het Staatse beleg van Middelburg duurt veel langer dan het Spaanse beleg van Haarlem en Leiden; maar liefst twintig maanden. De oude Spaanse legerleider Mondragon en zijn garnizoen staan bekend om hun uithoudingsvermogen met name als het gaat om een beleg en een tekort aan voedsel. Het ontzet dat vanuit Antwerpen en Bergen op Zoom komt mislukt. Beleg van Middelburg duurt twintig maanden
Het plan van Requesens: Romero moet met 75 boten en bootjes vanuit Bergen op Zoom de geuzen op Walcheren aanvallen en Sancho d'Avila moet dat vanuit Antwerpen doen. Romero schiet de hongerende soldaten en burgers van Middelburg te hulp met voedsel.

Op 29 januari 1574 verlaat de vloot in drie smaldelen Bergen op Zoom. Tussen Wemeldinge (Zuid Beveland) en Sint Maartensdijk (Tholen) enteren geuzen met hun kortjan (matrozenmes) in de vuist en de strijdbijl aan hun gordel de Spaanse schepen die het vooral van hun vuurkracht moeten hebben. Vlieboten en kromstevens omsingelen het schip van Romero die zich dapper weert. De geus Splinter Helmich springt met enkele van zijn mannen met zijn degen gestrekt op het admiraalschip van Romero op 30 januari 1574. De mannen links en rechts van hem sterven in de kogelregen. (bron: Oorlog mijn arme schapen van Ronald de Graaf)

Zwemmend en wadend door de modder vlucht Romero naar de Thoolse oever. Zijn schip is de grond in geboord. Requesens ziet vanaf de kant dat zijn bevelhebbers zich de geuzen met moeite van het lijf kunnen houden. Romero komt in de nabijheid van Requesens uit de Oosterschelde. 'Ik heb u gezegd, dat ik geen zeeman ben. We redden het met geen honderd vloten om de Geuzen te verslaan', zijn zijn eerste woorden van verontschuldiging volgens Motley, die een levendige beschrijving boven de strikte waarheid stelt.

Rechts: Oude stadspoort van Bergen op Zoom aan de Oosterschelde.

Stadspoort van Bergen op Zoom
Admiraalschip van Romero krijgt de volle laag

Samen begeven de Groot-Kommandeur en Romero zich naar Bergen op Zoom waar ze de rest van hun gehavende vloot in de druilende regen de haven zien binnen lopen. Vijftien schepen maken de geuzen buit en twaalfhonderd Spanjaarden verliezen voor Reimerswaal het leven. Tijdens een gevecht sneuvelt De Glimes. Wanneer Sancho d'Avila van de nederlaag
van De Glimes en Romero hoort, geeft hij bevel om onmiddellijk van Breskens naar Antwerpen terug te varen.

Links: Geuzen enteren het admiraalschip van Romero bij Reimerswaal voor Bergen op Zoom. Romero weet nog net te ontsnappen. Het ontzet van Middelburg wordt in de kiem gesmoord, mede omdat Sancho d'Avila niet direct Vlissingen aanvalt.

Boisot verliest bij de eerste aanval een oog en de matroos Jasper Leynse van Soutelande is de held van de dag. Hij haalt de Spaanse vlag van de bovenste steng van het admiraalschip van Romero. Fortuinlijker dan Jan Haring brengt hij het levend af.

De geuzen brengen de buitgemaakt oorlogsbodems naar de havens van Veere en Vlissingen. Wat de Hollanders in oktober 1573 op de Zuiderzee presteerden, doen de Zeeuwen eind januari 1574 op de Schelde. Spanje's maritieme macht is voorlopig geknakt.

Nog wacht Mondragon in Middelburg op een ontzet. Komt er nog hulp uit Antwerpen? Is Romero in aantocht? Een hopman brengt een laatste brief aan de landvoogd. Mondragon wil weten of hij de stad in brand moet steken. Dagelijks sterven meer dan twintig soldaten door uitputting.

Velddaalder

Boven: Een halve velddaalder van 18 stuiver uit 1574. Geuzen belegeren het Spaanse garnizoen van Mondragon in Middelburg van het voorjaar 1572 tot
de overgave op 19 februari 1574.

Christobal Mondragon zucht twintig maanden in Middelburg onder een beleg door de geuzen

Boven: Christóbal de Mondragón moet na een beleg van twintig maanden Middelburg prijsgeven. Maar het jaar daarna verovert hij Duiveland met daarop de belangrijke plaats Zierikzee.

Het garnizoen weigert de lijnkoeken te eten, waarmee de burgers zich in leven houden. De voorraad lijnzaadbrood reikt nog voor tien of twaalf dagen. Elke avond wordt van tien tot elf op de Lange Jan een licht ontstoken, ten teken dat Middelburg nog niet in handen van de geuzen is. De bode heeft geen geluk: hij wordt op Zuid-Beveland gevangen genomen en zijn lastbrief uit het water opgevist. De prins ruilt hem in Arnemuiden tegen twee geuzen-kapiteins uit.

Overgave
De boodschap, die Mondragon ontvangt, is kort maar krachtig: Oranje eist onvoorwaardelijke overgave binnen vier dagen. Hierop antwoordt de commandant van Middelburg, dat hij graag nog een bode naar Requesens wil sturen om te vernemen, welke voorwaarden deze aan een capitulatie verbindt.

Mondragon: "Liever steek ik de stad op twintig plaatsen in brand en kom zo met de ganse burgerij en mijn soldaten in de vlammen om". De prins neemt hem serieus. Hij biedt hem een eervolle aftocht aan. Op 18 februari 1574 worden de voorwaarden tot de overgave ondertekend op Rammekens. Het garnizoen mag Middelburg met geweer, pak en zak met gedoofde lonten, zonder munitie, schepen en koopmansgoederen verlaten. De geestelijken en wie van de burgers met hen wilden gaan, behouden het recht op achtergelaten goederen en worden naar Vlaanderen overgezet. Don Cristobal de Mondragon verplicht zich binnen twee maanden in het kamp van de prins terug te keren, indien hij er niet in slagen zou Philips van Marnix, heer van Sint Aldegonde, die in het najaar van 1573 bij Maaslandsluis gevangen is genomen, met kapitein Jacob Simonsz. de Rijk en enige anderen te ruilen. Mondragon ondertekent de voorwaarden en de geuzen zetten hem met de rest van zijn garnizoen bij Terneuzen op de Vlaamse kust.

 

Het succes van het Middelburgs ontzet geeft admiraal Boisot meer zelfvertrouwen. Hij is enkele maanden later de Schelde opgezeild om de nieuwe, in aanbouw zijnde vloot van d'Avila aan te tasten.

De Spaanse soldaten zijn volkomen verrast. Bij het fort Lillo komt het tot een treffen. De vijandelijke vloot loopt opnieuw forse averij op. De Spaanse bevelhebber - de Nederlands edelman Haamstede - wordt zelfs gevangen genomen.

De half dronken soldaten in Antwerpen snellen naar de wallen om de gehate geuzen een lesje te geven. Maar wat kunnen ze doen? Boisot vaart ongedeerd naar Zeeland terug. Requesens heeft weer eens een lesje gehad: te water, geen zweem van kans. (bron)

Boisot voor Antwerpen

Boven: Geuzen maken korte metten met een nieuwe Spaanse vloot bij Antwerpen in mei 1574. Links op de kust het fort Lillo.

Julian Romero door El Grego

Het stadsbestuur van Gouda legt contact met Noircarmes na aanvallen op Leiden en Woerden. Spanje staakt het betalen van rente op de schulden. Noicarmes en Romero nemen het initiatief voor vredesbesprekingen in juni 1575 in Breda. De vredesbesprekingen leiden tot niets omdat de Staten van Holland geen godsdienstvrijheid willen toestaan voor het katholieke geloof. (bron: Oorlog mijn arme schapen van Ronald de Graaf).

Na de plotselinge dood van Requesens in de nacht van 4 op 5 maart 1576 neemt de haat tegen de Spanjaarden in de Lage Landen toe. Roda neemt de leiding en wanneer de geheime raad en de Raad van State de Raad van Beroerte willen afschaffen worden veel geheime brieven van Roda onderschept. Het onderlinge wantrouwen neemt toe.

Links: Het hele schilderij van El Greco dat hij maakte nadat Julian Romero al is overleden. De legeroverste Romero met zijn beschermheilige slaat zijn ogen op tot God. Het lijkt erg hypocriet omdat de man in Naarden vreselijk heeft huisgehouden onder de bevolking. Zelfs de katholieke nonnen werden uit hun klooster gehaald en omgebracht.

In juli 1576 verklaart Aarschot niet meer in de Raad van State te willen vergaderen, zolang de vijanden van het land er zitting in hebben. Hij bedoelt niet alleen Roda, maar ook Julián Romero en Alonso de Vargas. Dit duo is nooit officieel in de Raad van State benoemd, maar hoge militairen worden wel vaker toegelaten tot de Raad als de beraadslagingen daar om vragen.

De anti-Spaanse stemming is zo hevig dat op 26 juli een dienaar van Roda in Brussel op straat met messteken en schoten wordt vermoord. Op 1 augustus slaagt Roda erin te ontsnappen naar de citadel van Antwerpen, waar hij te midden van Spaanse troepen en officieren veilig is. Julian Romero en Alonso de Vargas voegen zich bij hem. Vanuit de citadel vaardigen zij verschillende proclamaties uit en roepen zichzelf uit tot Conseil de gouvernement. Dit irriteert vriend en vijand. De Brusselaars plegen een staatsgreep en arresteren de leden van de Raad van State op 4 september.

Koning Filips II geeft Roda op 11 september toestemming naar Spanje terug te keren. Roda beschouwt zichzelf, in zijn eentje, als de ware Raad van State en roept zich uit tot gouverneur- en kapitein-generaal van de Nederlanden. Zijn autoritaire toon tegen de lagere overheden valt niet in de smaak. De Spaanse Furie die op 4 november in Antwerpen losbarst schrijft menigeen toe aan de houding van Roda. Zijn positie is onhoudbaar, maar hij lijkt zelf de laatste die dit inziet. Na de komst van Don Juan van Oostenrijk en diens aanvaarding van de Pacificatie van Gent laat Roda zich door zijn beschermheer Covarrubias eindelijk overhalen naar Spanje terug te keren. (bron) Romero verlaat met het Spaanse leger in 1576 de Lage Landen, nadat muiterij uitbreekt en Antwerpen wordt geplunderd. Don Juan moet de buitenlandse soldaten daarna terugtrekken.

Zaal waar de Vrede van Gent werd gesloten

Boven: Na de Spaanse furie ziet Willem van Oranje zijn kans schoon. De afkeer tegen alles wat Spaans is is groot. Het land is bankroet en de soldaten die maandenlang niet betaald zijn, plunderen Antwerpen. In het stadhuis van Gent sluiten beide partijen vrede. Spaanse soldaten keren terug naar hun land. Maar extremistische calvinisten in Gent, onder wie Hembyze, zorgen weer voor polarisatie. De ontevreden katholieke edelen, de malcontenten willen zich afscheiden. De unie van Atrecht en unie van Utrecht ontstaan en de wapens worden weer opgenomen.