Home

Watergeuzen nemen Reinier van Frittema gevangen

1570

Spaans gezinde vrienden betalen losgeld

De familie Frittema is bekend om hun pro Spaanse houding tijdens de Tachtigjarige Oorlog. Op het schilderij rechts staan enkele kinderen van Ivo Frittema afgebeeld onder wie waarschijnlijk Reinier, Feike en Pieter. Watergeuzen nemen Reinier gevangen in 1570 tijdens een van de landgangen en vragen een flink ransom (losgeld) van zijn rijke, katholieke familie en vrienden. Zijn zoon is dan al tien jaar getrouwd met Ida van Aytta wiens oom voorzitter is van de geheime raad en voorzitter van de Raad van State. Dit is Viglius.

Kinderen van Ivo Frittema

Boven: Dit schilderij is één van de vroegste voorbeelden van de Nederlandse doodsportretten. Het werk lijkt een aanklacht tegen de Bijbel.

Westdongeradeel

Boven: De grietenij (voormalige gemeente) Westdongeradeel ligt aan de noordkust van Friesland. Holwert ligt links op de kaart. Reinier Frittema zwaaide hier de scepter voor de koning in Spanje.

Reinier Frittema, (ook Fritema, Fritzma en Fritma) is zoon van een olderman in Sneek, Iwo of Ivo Fritema die oorspronkelijk komt uit het Groningerland. Zijn moeder is Tjaerke Doninga (ook Donia). Reinier trouwt met Saepk van Cammingha.

Reinier en Saepk krijgen een dochter en een zoon. Reinier is Spaans gezind. Hij volgt Johan van Bonga op als grietman van Westdongeradeel. Hij legt in opdracht van de hertog van Alva in de Lage Landen de eed van trouw aan koning Filips II in Madrid af op 17 november 1567.

Watergeuzen nemen hem in juni 1570 bij Holwerd gevangen. Zijn vrienden kopen hem kort daarna vrij met losgeld.

Kerk van Holwerd
Holwerd of Holwert lag in 1580 nog aan de Noordzee Links: Bij Holwerd nemen watergeuzen Reinier van Frittema gevangen om een flink losgeld te incasseren. Boven: de oude kerk van Holwerd. De kerk stond tot 1580 aan de Friese kust.

In 1575 is Reinier van Frittema grietman van Wonseradeel aan de westkust van Friesland. Reinier krijgt een ordonnantie tot het houden van dag- en nachtwachten in de grietenij. Aan de overkant van de Zuiderzee (nu IJsselmeer) heerst de gevreesde geuzenleider Sonoy. Sonoy staat bekend om zijn wreedheden tegenover katholieken.

Wonseradeel aan de westkust van Friesland

Schutterij of borgerij van Workum

Elke grietenij moet in 1575 een som geld opbrengen om de soldaten te betalen. Reinier brengt 510 gulden, het deel van Wonseradeel, jaarlijks bijeen, zo luidt zijn opdracht. Met vijftig gewapende mannen moet hij op paasdag in 1576 naar Workum komen waar Robles een aanval van de Staatsgezinden verwacht.

Het volgende jaar raakt het geld van de Spanjaarden op. Reinier moet geld lenen van particulieren. Robles belooft het geld met rente terug te betalen. Maar de zaken gaan steeds slechter voor de Spanjaarden. De bodem van de schatkist is zichtbaar. Reinier Fritema moet zijn vaderland verlaten.

Links: Workum kent nog steeds een schutterij of borgerij. In 2007 bestond de stad, die deel uitmaakt van de Friese elfstedentocht, 1100 jaar.

De prins van Oranje en de Staten verbieden Reinier buiten de provincie zijn eigendommen te beheren omdat hij zich na de pacificatie van Gent, vijandig tegen de regering verklaart.

De leden van het Hof van Friesland beschouwen hem als malcontent, dat zijn ontevreden katholieke edelen die samen een leger vormen. Hij wordt gedaagd te verschijnen op de cancellarij in Leeuwarden op 27 juli 1580. Maar hij blijft weg. Zijn dagvaarding wordt herhaald op de 25 augustus op straf van eeuwig banningen en verbeurdverklaring van zijn goederen.

De laatste dagen van zijn leven woont hij buiten de provincie Friesland, in Groningen, en verkrijgt in 1591 op verzoek van de ingezetenen van Pietersbierum, dat een paar kilometer ten noorden van Harlingen ligt en waar hij landerijen bezit, van de Staten van Friesland een sauvegarde voor zijn dienstboden en meijers. Zijn dienstboden en meijers mogen er vrij wonen. Waarschijnlijk is hij kort daarna gestorven. Zijne weduwe woont in 1598 in Dongjum (Doanjum) een paar kilometer ten noorden van Franeker in Franekeradeel op FritemaState.

Het dorp Dongjum waar de weduwe van Reinier Frittema woonde

Boven: De Fritemastate stond eens in het piepkleine dorp Dongjum, een paar kilometer ten noorden van Franeker. De weduwe van Reinier van Frittema sleet hier haar laatste dagen.

Frytemaheerd bij Zuidhorn in Groningen

Frytemaheerd eeuwen oud

Het Fritemahuis of Frytemaheerd in Oldehove bij Groningen is waarschijnlijk een steenhuis geweest. Een dijkbrief noemt het Fritemahuis al in 1453. Op zeventiende eeuwse kaarten komt het voor als borg.

De familie Fritema is van aanzien. Een dijkrol noemt de oudst bekende, Reyner Fritema, in 1457. In de staat wie welk deel van een dijk moet onderhouden. Alger Fritema (Fripema) krijgt het aan de stok met een familielid over de erfenis in 1485.

Ivo Fritema is in 1516 grietman van het voormalige eiland Humsterland (zie kaartje hieronder). Hij huwt Tjaertcke van Donia. Het paar woont waarschijnlijk in de buurt van Sneek. Een portret van hem en zijn familie hangt in het Groninger Museum. Afstammelingen van Ivo bezitten goederen bij Pieterburen en Eenrum. Tot deze tak behoort de bekende rentmeester Feiko van Fritema.

Behalve Iwe (Ivo) vermelden archieven Menne in 1540 in Niehove, terwijl Fritemaheerd onder Oldehove voorkomt met 83 grazen. Ook later worden Fritema's genoemd zonder dat hun onderlinge verwantschap bekend is. In 1678 is het aanzien van het huis gering geworden. De gracht achter de boerderij is nog aanwezig. De overige grachten zijn gedempt, maar nog zichtbaar.
Bron: De Ommelander borgen en steenhuizen, ISBN 90 232 2314 4

Frytum is een historische vlek tussen Noordhorn en Oldehove met twee wierden (terpen) en grote boerderijen. Frytum is een wierde in de gemeente Zuidhorn in de provincie Groningen. De wierde, die nog helemaal gaaf is, ligt aan de rand van het voormalige eiland Humsterland, ongeveer halverwege de dorpen Oldehove en Noordhorn.

Bij de wierde stond een borg, het Fritemahuis. De plaats waar de borg heeft gestaan is nog vaag in het landschap te herkennen aan een flauwe laagte in het land.

Rechts: Ivo Fritema is in 1516 grietman van Humsterland.

Humsterland als eiland
Als je vanuit Noordhorn fietst of wandelt, kun je een aantrekkelijke route kiezen via Frytum.
De boerderij Frytemaheerd is een veehouderij. Jaren geleden was de boerderij in handen van de familie Schuiringa.

Frijtmurweg en Frijtmertocht omgeven de borg van Frittema

Boven: De Frijtumerweg en de Frijtumertocht omsluiten het terrein waar de borg van Frittema eens stond. Via googlemaps lijken nog sporen zichtbaar waar het versterkte huis Frytmaheerd eens stond. De weg ligt tussen Oldehove en Noordhorn.

Fritemaheerd Links: Boerderij Frytemaheerd bij de plek waar eens de borg van de familie Frittema stond.

Watergeuzen vallen Zoutkamp aan

Een schans aan de monding van de Reitdiep (nu Lauwerszee) is voor Willem van Oranje van groot belang om de aan- en afvoer van de Spaanse stad Groningen te dwarsbomen. Honderd soldaten hebben de Spanjaarden in de schans Zoutkamp gelegerd. In 1583 verovert een Friese kapitein Tjaard Tjebbes door een list het wachtschip van de Spaanse commandant Wybrand van Goltum bij de schans Soltkamp (Zoutkamp). Het schip ligt voor de schans afgemeerd.

Watergeuzen vallen de schans bij Zoutkamp aan

Boven: De aanval van de Friese soldaten op de Spaanse schans bij Zoutkamp is in september 2007 nagespeeld. Zie: slag om Zoutkamp.

Geuzen bij Zoutkamp

Boven: Na vijf dagen strijd is de toegang tot de stad Groningen in handen van de geuzen. Het duurt echter nog vijf jaar voordat de Spanjaarden zich in de stad Groningen zich overgeven.

Midden in de nacht zwemmen negen watergeuzen van het schip van Tjaard Tjebbes naar het wachtschip, hijsen zich aan boord en overmeesteren de Spaanse bemanning. De geuzen bezetten de kerk van Vliedorp bij Houwerzijl. Maar Wybrand van Goltum verjaagt de rebellen met zijn soldaten. In 1585 ondernemen de opstandelingen een strooptocht in De Marne. Zij steken de dorpen Warfhuizen en Maarslag in brand. Willem Lodewijk van Nassau versterkt Munnekezijl met een schans. Voor de Friese stadhouder zijn Munnekezijl en de Soltkamp, die de zeeweg van de stad Groningen beheersen, van groot belang. Verdugo valt de schans van Munnekezijl onmiddellijk aan. Maar de bezetting van Willem Lodewijk houdt stand.

In 1585 is Tjaert Herema de Spaanse commandant van de schans Soltkamp. Hij laat de schans versterken. Een wachthuis tussen Houwerzijl en de Soltkamp moet voorkomen dat de Friese troepen onverwacht het Reitdiep oversteken.

Op 5 oktober 1589 landt graaf Willem Lodewijk van Nassau met 400 man bij Houwerzijl en trekt op naar de Soltkamperschans. Hij verovert de schans na een beleg van vijf dagen. De slag om Zoutkamp is voorbij. De schans wordt daarna flink, met vier grazen, uitgebreid.

De geuzen voeren ladingen palen per schip uit Friesland aan. Willem Lodewijk legert een Fries garnizoen onder commando van Caspar van Ewsum.

De Friezen bezitten nu drie belangrijke schansen. De stad Groningen is van de zee afgesloten. In 1592 veroveren de Friese troepen Aduarderzijl en in 1594 slaan Maurits en Willem Lodewijk het beleg voor de stad Groningen. Op 15 juli 1594 geeft de stad zich over. Willem Lodewijk wordt stadhouder van Groningen, Friesland en Drenthe. Voor het noorden is het geweld van de Tachtigjarige Oorlog voorbij.
Swichum

Feyke (Feiko) Frittema en Ydt Gerbrantsdr van Aytta (geboren 1544) trouwen in 1560. Feyke is een zoon van Ivo Frittema. Een zoon van Feyke is Volckert die met Catharina Splinter trouwt. Een andere zoon, Bucho, sterft op zijn vluchtadres in Keulen in 1591.

Een gedenksteen en grafsteen van de ouders van Feyke en Ydt of Ida staat in Swichum dat een paar kilometer ten zuiden van Leeuwarden ligt.

Links: Swichem of Swichum dat iets ten zuiden van Leeuwarden ligt.

Viglius van Aytta

Huis in Swichum

Boven: 't Huis te Swichem K.F. Bendorp / Jan Bulthuis. Uit: Vaderlandsche Gezichten 1791

Links: Viglius van Aytta is voorzitter van de geheime raad en de Raad van State onder keizer Karel de vijfde en zijn zoon koning Filips de tweede. Hij is verwant aan Ida van Aytta, de vrouw van Feike Frittema. Zijn jongere broer Gerbrand is de vader van Ida. Viglius zorgt er voor dat Gerbrand rentmeester wordt van Groningen en Drenthe. Na drie jaar neemt Feike Frittema het ambt van rentmeester over van Gerbrand. De zoon van Feike en Ida, Volckert, is secretaris van legerleider Ambrosius Spinola.

Pieter Frittema

Boven: Gevelsteen aan de Turfmarkt 13 in Leeuwarden. Het raadslid Petrus Frittema staat Robles met raad en daad terzijde nadat Friesland zwaar is getroffen door de Allerheiligenvloed op 1 november 1570.

Het standbeeld van Robles in Harlingen krijgt de bijnaam De Stenen Man (De Stienen Man, in het Frysk). Op de plaquette staat:

"Voor Casper Robles, ridder, heer van Billy, bestuurder van Friesland, Groningen en de aanliggende gebieden daarvan. Hij heeft deze provincies niet alleen met wapens maar ook met wijs bestuur en geld geholpen. Hij heeft deze dijk, die in slechte staat was, in drie maanden van de grond af opgericht. De heer Wigle van Swichem (Viglius van Aytta), de vader van het Vaderland heeft hem geholpen. De raadsleden Igram van Achium, Petrus Fritema en Johannes Carolus hebben hem met raad bijgestaan. Hij heeft de dijk uit eigen middelen betaald. En dat deze steen, als er meningsverschillen komen, het eind van alle tegenspraak zal wezen. Dat is de wens van alle dankbare bewoners van de provincie." Het standbeeld is in 1774 gerestaureerd met geld van graaf Carel George van Wassenaar van kasteel Twickel in Delden die dijkgraaf van Vijf Delen was.

Bronnen: www.simonwierstra.nl

Urkunden Haus Stockum

1614 August 14
Aufforderung zur Wahrung der Rechte und Nutzung und Verwaltung der innehabenden Güter an die Pächter und Hofleute durch den autorisierten Folcart von Fritema

Enthält :
Vor dem päpstlichen und kaiserlichen, im Rat oder in der Regierung des Herzogtums Brabant zugelassenen und approbierten Notar Peter Ernst Moltzer autorisiert und bevollmächtigt Folcart von Fritema, des Erzherzogs Albrecht zu Österreich Drost zu Coevorden, seine Ehefrau Catherina Splinter, in seinem, des Gewaltgebers und ihrem, der Gewalthaberin, Namen, all ihr im Lande Overyssel in der Twente wie auch im Stift Münster liegendes fahrendes, gegenwärtiges und zukünftiges Hab und Gut zu verwalten und zu regieren, zu ihrem, der Eheleute, besten Nutz und Frommen zu vermieten, verpachten und auszulehnen, mit den Pächtern oder Hofleuten jährlich Rechnung zu halten, Pächte, Zinsen und Renten, die man ihnen schuldet, anzufordern und zu empfangen,

die Güter alle oder zum Teil mit einer gewissen Geldsumme zu belasten oder entlasten, sie gegen andere Güter einzutauschen oder auch alle dieselben zu höchstem, billigen Preis gegen bares Geld oder Renten zu veräußern, alle notwendigen brieflichen und landesüblichen Urkunden über solche Verpfändung oder Veräußerung ausfertigen zu lassen, die Käufer und deren Erben in ruhigen Besitz zu setzen, ferner alle ihre unwilligen Schuldner mit der Schärfe des Rechts zur Bezahlung anzuhalten, auch nicht weniger all ihr Hab und Gut in und außerhalb des Rechts aktiv und passiv zu verteidigen und instand zu halten,

Eide nach Form und Ordnung der Rechte oder nach Brauch und Gewohnheit jeden Gerichtszwanges zu schwören, Zeugen zu benennen, Urkunden vorzulegen und die zu ihrem Recht notwendigen Beweise zu führen, alle Rechtssätze zu beachten, in der jeweiligen Sache Beschlüsse zu fassen, Rechtssprüche und Urteile zu begehren, anzuhören und zu gebührlicher Exekution zu stellen, Beschwerden zu führen und Appellation rechtzeitig je nach örtlichem Recht und Gewohnheit einzulegen, sich mit den Gläubigern und anderen Parteien zu vergleichen, mit ihnen Verträge abzuschließen, wenn nötig Quittungen auszustellen,

einen oder mehr Afteranwälte an ihre Stelle zu setzen, ihnen Vollmacht zu erteilen und wieder zurück zu nehmen, im übrigen so zu handeln und alles zu tun und zu lassen, wie es sich in und außerhalb des Rechts gebührt, Landesbrauch und Gewohnheit erfordert und der Gewaltgeber selbst tun sollte, könnte oder möchte.Folcert von Fritema gelobt und verspricht in die Hand des Notars, alles, was seine Frau oder deren Afteranwälte in genannten Sachen tun, sei es gütlich oder rechtlich, pfand- oder kaufweise, für unwiderruflich und wohlgetan, auch sie selbst bei ihrer Anwaltschaft samt allen Pflichten und Rechten schadlos zu halten, bei Verpfändung seiner Person und aller seiner Habe und Güter.
Zeugen: Johan Splinter von Groll und Rutger Velthuyß von Kuesfelt (Coesfeld) im Stift Münster.