Home

Spinola vecht jaren tegen de jonge republiek

1603 - 1628

Bevelhebber van het Spaanse leger in de Lage Landen

De broers Ambrosio en Frederik Spinola huren in Italië en Duitsland ongeveer 22.000 soldaten voor het ontzet van Oostende in juni 1602. Oostende ligt dan al een jaar onder vuur van een leger in dienst van de Spaanse koning. De Italiaanse admiraal Frederik Spinola valt eind 1602 voor de kust van Vlaanderen Hollandse schepen aan. Met roeiers aangedreven galeien varen zonder wind maar zijn lang niet zo wendbaar als de Vlieboten van de watergeuzen. Het Hollandse visservolkje is oppermachtig op het water.

Beleg van Oostende

Boven: Het uitputtende beleg van Oostende duurt meer dan drie jaar. Ambrosio Spinola wint de strijd. Maar dat gaat ten koste van naar schatting 70.000 mensenlevens. Bovendien verliest hij de andere belangrijke zeehaven van Vlaanderen: Sluis.

Ambrosio Spinola in 1604 Links: In 1604 is een kopergravure van de 35-jarige Spinola gemaakt met de tekst:

Ambrosius Spinola Dux S. Severini Princeps Saravallae Marchio De Beanffro Nec Non Regis Hisp. Belgi Exercituum Supremus Perfectus

Rechts: Het beleg van Oostende. Soldaten, handelaren, kwakzalvers, hoeren maken van een stad een puinhoop. Van Oostende is na meer dan drie jaar oorlog niet meer over dan een brandende puinhoop. Aanhangers van Spinola zijn sprakeloos over de vernietiging die is aangericht. Spinola belegert Oostende
Sluis

Hij wil de bevoorrading van Oostende verhinderen, maar lijdt grote verliezen. Spinola sneuvelt samen met 800 zeesoldaten enkele maanden later, op 26 mei 1603, wanneer hij de Zeeuwse vloot aanvalt voor Sluis. Zijn broer Ambrosio krijgt op 8 oktober 1603 de leiding van het beleg van Oostende. Ambrosio Spinola moet ook Sluis ontzetten. De belangrijke zeehaven in Vlaanderen mist vers voedsel om het beleg te weerstaan. Met een groot leger gaat Spinola naar Sluis. Met zwaar geschut schiet hij kogels af op het kamp van graaf Willem Lodewijk van Nassau, stadhouder van Friesland. 's Nachts valt hij aan samen met 3000 van zijn meeste geharde soldaten. De staatse soldaten, geholpen door Britse vendels, slaan de Spaanse soldaten terug. Spinola probeert nog een paar keer Sluis te bevrijden, maar ook deze pogingen zijn tevergeefs.

Hij verovert daarom eerst fort Sint Catharijne bij Aardenburg en daarna fort Sint Philips ten koste van veel mensenlevens. Hij trekt vervolgens naar Oostburg om het eiland Cadzand aan te vallen. Cadzand wordt alleen door een smalle zeeëngte gescheiden van Sluis. Maurits versterkt waar nodig de verdedigingswerken en spreekt zijn soldaten moed in.

Graaf Willem Lodewijk krijgt opdracht met zijn soldaten Spinola tegen te houden bij de plek waar de Italiaan mogelijk de zeeëngte wil oversteken. Spinola geeft zelf weer het goede voorbeeld door zijn soldaten voor te gaan in de strijd. Maar hij verliest de slag op 7 augustus omdat de meest bereidwillige mannen sneuvelen. De graaf van Feltry, de markies van Renty (Philippe de Croy, graaf van Solre) en Don Alonzo Borgia, leider van 2500 Spaanse en 1200 Italiaanse infanteristen, overleven de strijd niet.

Links: Slusa (Sluis) en Brugae (Brugge) Fragment van Flandriae recens exactaq descriptio uit 1602 van Claudio Duchetti (1554-1597) - Kopergravure op papier, 40 x 52 cm.

Serano en zijn 3000 garnizoenssoldaten geven zich de volgende dag over aan Maurits. Op 20 augustus tekent Serano de overgave. Zo'n 70 stukken geschut en tien galeien vallen in staatse handen. Maurits breidt de verdedigingswerken van de stad onmiddellijk flink uit. Hij maakt de hele streek vrijwel ondoordringbaar. Simon Stevin moderniseert de schans IJzendijke.

Na 13 september 1604 valt het ene fort bij Oostende na het andere. Hulp van Maurits blijft uit. Gouverneur Marquette (Daniël d'Hertaing) tekent op 20 september de overgave met zijn linkerhand. Hij verliest in de strijd zijn rechterarm en linkerbeen. Na drie jaar en tachtig dagen strijd trekt Ambrosio Spinola de stad binnen. De belegerden hebben met have en goed, wapens en vlaggen de stad mogen verlaten. Er zouden 150.000 soldaten sneuvelen in en rond Oostende.

Beleg Sluis
Bucquoy

Ambrosio Spinola vertrekt naar Spanje voor overleg. Hij hoort dat Hollanders en Zeeuwen al een paar jaar vloten uitrusten om naar de oost te varen. Een nieuwe concurrent? De koning van Spanje wil voorkomen dat de vijand een deel van de zeer winstgevende handel van de Spanjaarden inpikt.

De koning belooft Spinola het stadhouderschap van Friesland. In maart 1605 is Spinola in Brabant en hij verspreidt het gerucht dat drie grote legers onderweg zijn. In Spanje, Italië, Frankrijk en Engeland zoeken zijn mannen nieuwe huursoldaten.

Spinola is de hoogste bevelhebber, boven Velasco, Frederik van den Bergh, Bucquoy (afbeelding links) en Trivulzio. Maurits neemt het initiatief en trekt met zijn leger naar Watervliet bij IJzendijke waar hij de soldaten van Spinola tegenkomt. Tot een slag komt het niet. Spinola vertrekt zelfs weer. Hij heeft andere plannen en stuurt Bucquoy naar de Rijn om er een brug te bouwen bij Duisburg. Bucquoy doet dat in Keizersweerd.

Rond 15 juli steekt hij met het uitgeruste deel van zijn leger de Rijn over. Hij hoort daar dat de verdedigingswerken van Lingen en Oldenzaal slecht zijn. Spinola besluit Bucquoy met het andere deel van zijn leger bij de Rijn achter te laten en naar het noorden te trekken om Friesland te veroveren. Zijn voorhoede moet een pad vrijmaken naar Oldenzaal dat hij beschiet met kartouwen waarna het kleine garnizoen zich overgeeft.

Links: Portret van de graaf van Bucquoy, C. de Longueval door L. Vorsterman naar P.P. Rubens

Prins Maurits en zijn neef graaf Willem Lodewijk verplaatsen een deel van het staatse leger naar Deventer om de opmars van Spinola te stuiten. Ernst Casimir en Frederik Hendrik gaan achter Bucquoy aan en verschansen zich in Rijnberk (Rheinberg). De verdedigingswerken in Zeeuws Vlaanderen zijn klaar. Gouverneur Karel van der Noot van Sluis staat hier tegenover Van den Bergh en Velasco.

Maurits besluit in Deventer Lingen te ontzetten. Maar wanneer hij het sein geeft het kamp op te breken brengt een ijlbode hem slecht nieuws. Lingen dat een groter garnizoen en sterker verdedigingswerk heeft dan Oldenzaal, geeft zich al over na enkele beschietingen en het dreigement van Spinola de stad te bestormen.

Maurits kan het nauwelijks geloven. Spinola zou een leger van 15.000 soldaten hebben en er elke dag nieuwe huurlingen aan toe voegen. Maurits en Willem Lodewijk beschikken over een leger dat niet eens half zo groot is.

Bovendien heeft Engeland de opstandelingen de rug toegekeerd na de dood van Elisabeth en voegen twee broers van de graaf van Oost-Friesland zich met hun soldaten bij Spinola. Als het lukt Groningen te veroveren is Friesland voor de opstand verloren.

 

Duisburg en Ruhrort

Boven: Op de plek waar de Roer (Ruhr) en de Rijn (Rhein) samenkomen steekt Spinola met zijn leger de grote rivier over naar Overijssel en Friesland.

Ruhrgebied tussen Ruhr en Lippe De Spaanse legers trekken over de Rijn (Rhein) bij Ruhrort. De grote stad Duisburg er vlakbij. Daarna moet Spinola de Lippe nog over. Dat doet hij bij Dorsten. Daarna rukt hij verder op naar het noorden.
Spinola belegt Lingen in 1605

Maurits en Willem Lodewijk besluiten de vesting Coevorden en de schans Bourtange te verbeteren. Willem Lodewijk trekt met achttien compagnieën voetvolk en zes afdelingen ruiters naar Groningen. Maurits stuurt soldaten naar Groenlo en Bredevoort en een heel regiment naar Duisburg om daar een schans te bouwen.

Maurits wacht bij de IJssel af wat Spinola gaat doen. Toch besluit hij op zeker moment naar Coevorden te reizen. Zijn neef Willem Lodewijk verlaat Groningen en gaat eveneens naar Coevorden. Het leger in Coevorden telt 9000 voetknechten en bijna 3000 ruiters.

Spinola verbetert ondertussen de vesting Lingen. Een deel van zijn leger trekt hij toch weer terug naar de Rijn, wanneer het werk klaar is. Enkele vendels legert hij in Oldenzaal.

Links: Spinola belegt Lingen in 1605. De Bourgondische soldaten vallen van links aan, de Spaanse eenheden eveneens van links, de Duitsers van onderen en de Italianen van rechts.

Wanneer Maurits dit hoort breekt hij zijn kamp op en achtervolgt Spinola in de richting van de Rijn. Een paar keer komt het tot schermutselingen. Maurits lokt bij de Roer een groot gevecht uit waarbij hij de commandant van de ruiterij, Teodoro Trivulzio uit Milaan, doodt. Geldern blijft in Spaanse handen. Bucquoy bezet ook Wachtendonk waarna in november de vijandelijkheden tijdelijk moet worden gestaakt. De winter begint.

Maurits gaat naar 's-Gravenhage waar de bevolking hem als overwinnaar toejuicht en Willem Lodewijk trekt naar Groningen. Spinola reist naar Spanje voor overleg met de koning. Daar blijkt dat de Spaanse vloot uit West-Indië nog steeds niet terug is waardoor in Spanje een groot gebrek aan geld ontstaat. Spinola geeft het familiebezit in onderpand om geld te krijgen voor de oorlog. Omdat hij later nooit uitbetaald is en geen stadhouder van Friesland werd is de familie later geruïneerd.

Munt geslagen na de inname van Lingen

Boven: Een penning uit 1605 geeft de vredesonderhandelingen weer en de veroveringen van Oldenzaal en Linge (Lingen) door Spinola. De overwinning met zegeplan reikt de vrede een sleutel aan. Gekroond Spaans wapen binnen Gulden vlies. Brons 2,7 centimeter groot.

Ambrosio Spinola

Boven: Illustrissimus et excellentissimus princeps Ambrosius Spinola [...] Regi Catholico a consiliis status et belli, militiaeq. et aerarii regii in Belgio praefectus MDCXV / M. a Mierevelt pinxit ; J. Muller sculpsit.
1615. Gravure ; 30 x 32 cm.

In april 1606 is Spinola terug in de Lage landen. Hij is in Brussel en koopt en bouwt veel wagens om met zijn leger over onbegaanbare wegen en beken naar Friesland en Groningen te brengen. Rond 31 mei komt hij aan in de Lage Landen en op 21 juni is hij in het kamp van Bucquoy aan de Rijn bij de Roer in de omgeving van Duisburg. Het nieuwe leger zou groter zijn dan ooit tevoren, zo doet een gerucht de ronde. De soldaten komen uit Italië, Duitsland, Wallonië, Frankrijk, Engeland, Schotland en Ierland.

Spinola stuurt Bucquoy naar Gelderland en trekt zelf via het Münsterland naar Twente. Hij slaat zijn kamp op bij Goor. De regen maakt de wegen naar Friesland echter onbegaanbaar voor zo'n groot leger. De wegen langs Bourtange (tussen Lingen en Groningen) en Coevorden (tussen Twente en Groningen) zijn onbruikbaar. Verbitterd laat hij zijn plan Friesland te veroveren varen. Er zit niets anders op. De Staten Generaal staan er ook slecht voor. Zij besluiten geen kostbaar offensief in te zetten. De schulden zijn al enorm. Maurits legert garnizoenen en plaatst wachtposten aan de Maas, de Rijn en de IJssel en houdt de troepenverplaatsingen van Spinola en Bucqouy nauwlettend in de gaten.

Spinola wacht in Goor op beter weer. Hij doet na een week alsof hij Deventer wil aanvallen door zijn legerkamp naar Holten te verplaatsen. Een verklikker meldt Spinola dat Maurits zich laat mislijden en soldaten overbrengt van de vesting Lochem naar Zutphen en Deventer. (Lees ook: Slecht weer houdt Spinola vast in Goor)

Spinola verrast Maurits. Hij neems Lochem in, vijf dagen nadat hij in Goor is aangekomen. Hij verbetert onmiddellijk de vestingwerken en op de berg bij Lochem bouwt Spinola een sterke schans. Zeven dagen later rukt Spinola op naar Bronkhorst en Doetinchem, terwijl hij een deel van zijn leger via Almelo in Twente per boot richting Zwolle en Kampen stuurt. De drost van Salland, Gerard van Warmelo (sinds 1584) en bevelhebber van Overijssel sinds 1592, belet het vijandelijke leger echter de Vecht over te steken.

Spinola valt op twee fronten aan
Op 18 juli arriveert Bucquoy met tienduizend man voetvolk, twaalfhonderd ruiters en twaalf kanonnen in Mook aan de Maas. Spinola trekt met elfduizend man voetvolk, tweeduizend ruiters en acht kanonnen de Rijn over bij de oude schansen in Ruhrort en kiest op dezelfde 18e juli zijn stelling bij Goor in Overijssel (bronnen: Hugo de Groot en Van Meteren).

Opperbevelhebber Spinola wil, zoals hij openhartig aan koning Hendrik van Frankrijk verklaart, zijn krijgsplan van het vorige jaar doorzetten.
Maar de jonge republiek, door haar vrienden in de steek gelaten, heeft dit jaar een nieuwe, machtige bondgenoot: het slechte weer. Jupiter Pluvius staat Maurits en Willem Lodewijk in hun worsteling bij. De regen bepaalt het verloop van de veldtocht.

Dag na dag en week na week valt er zoveel regen dat Spinola onmogelijk zijn opmars kan voortzetten. Friesland is één grote modderpoel. Beken veranderen in plassen en rivieren in meren. Spinola keert zich van het oosten af. Hij heeft een reserve plan. (bron: J.L. Motley De opkomst van de Nederlandse republiek)

Ruhrort aan Ruhr en Rhein

Boven: Koning Philippe de tweede en het gouvernant van Parma laten deze kaart maken van de plek waar Roer (Ruhr) en Rijn (Rhein) samenkomen bij Roerort (Ruhrort). Vermoedelijk geeft dit de aanval van Maarten Schenk op 26 januari 1587 weer. Nu, ruim 25 jaar later, wemelt het weer van de soldaten in Roerort. Schenk is in dienst van de staten en overvalt een Spaanse vesting.

Spinola wil na het debacle bij Zwolle Groenlo veroveren. Maurits ziet zijn vijand oprukken en haalt overal soldaten vandaan om de vesting te redden.

Maurits komt net te laat. Hij is verbitterd en vreest dat nu ook andere grote vestingsteden als Zutphen en Deventer gevaar lopen. Een staats ontzettingsleger is, een dag na de overgave van Groenlo, in Doesburg maar tot een veldslag komt het niet in Gelderland.

Spinola belegert Groenlo in 1606

Boven: Spinola belegert Groenlo op 9 november 1606. Hij zweept zijn soldaten op omdat hij weet dat een ontzettingsleger onderweg is. De inname van deze sterke vesting, na slechts drie dagen strijd, schokt Maurits.

Slag bij Gibraltar

Boven: Het Spaanse admiraalschip ontploft tijdens de slag bij Gibraltar op 25 april 1607. Cornelis Claeszoon van Wieringen maakt dit schilderij in 1621. Bron: Scheepvaartmuseum Amsterdam.

Bucqouy belegert Nijmegen maar zonder succes. Spinola roept hem terug voor een gezamenlijke belegering van Rijnberg. Maurits stuurt zijn broer Frederik Hendrik naar het garnizoen in Rijnberg. Frederik Hendrik versterkt de vesting aanzienlijk met extra soldaten en keert daarna terug naar Maurits waarna Spinola met zijn voltallige leger de stad insluit.

Maurits slaat zijn kamp op bij Wesel en wacht. Hij vreest dat een aanval op het enorme leger geen zin heeft en zijn eigen leger te zeer zou verzwakken. Hij besluit daarom Rijnberg op te geven. Maurits boekt dan toch nog een succes. Hij herovert Lochem. Ook belegert hij Groenlo. Maar het slechte weer en het feit dat Spinola nadert doet hem het beleg opbreken.

Vredesbesprekingen uit geldgebrek
Na de winter van 1606/1607 lijkt de rust terug te keren in de Lage Landen. Spanje kampt met geldgebrek. De inkomsten uit Indië vallen tegen, mede door de toenemende concurrentie van de Hollanders, Zeeuwen en Engelsen. De koning in Spanje moet onderhandelen, want ook doet een gerucht de rond dat de Hollanders en Zeeuwen een vloot bouwen om de handel met Amerika en Mexico over te nemen van Spanje.

In 1608 komen in 's-Gravenhage bijeen voor de onderhandelingen: Ambrosio Spinola, Jean Richardot, Jan van Neyen, Juan de Mancicidor en Louis Verreycken. Van staatse zijde vaardigde elke provincie één persoon af onder wie Johan van Oldenbarnevelt.

Spinola en Maurits ontmoeten elkaar weer bij de Hoornbrug in Dordrecht

Boven: Spinola reist met een reeks ijssleden over bevroren rivieren via Dordrecht en Rotterdam naar 's-Gravenhage. Bij de Hoornbrug in Rijswijk ontmoet hij begin 1608 zijn tegenstander prins Maurits.

De Somerset House Converentie van 1604
Na de dood van koningin Elisabeth in 1603 beginnen onderhandelingen over vrede. (Links: Juan De Velasco Frias; Juan De Tassis, graaf van Villa Mediana; Alessandro Robida; Charles De Ligne, graaf van Aremberg; Jean Richardot; Louis Vereyken
Rechts: Thomas Sackville, earl van Dorset; Charles Howard, earl van Nottingham, Henry Howard, earl van Northampton; Charles Blount, earl van Devonshire and Robert Cecil, earl van Salisbury
Antonie van Dyck schildert Jean Richardot en zijn zoon.

Vredesonderhandelingen tussen Spanje en de republiek Nederland

Boven: Na negen maanden praten in 1608 zijn de staatse onderhandelaars het gepraat van de Spanjaarden helemaal zat. Ze breken de vredesonderhandelingen af. De Spanjaarden schrikken daar van en het jaar daarop komt er toch een akkoord. Geen vrede maar wel een wapenstilstand.

Bovendien namen Willem Lodewijk van Nassau en Walraven van Brederode deel aan de besprekingen. Maar na negen maanden overleg stuurde de staatse deelnemers hun Spaanse vijanden weg. Maar in februari 1609 hervatten beide partijen de onderhandelingen in Antwerpen. Een wapenstilstand van twaalf jaar rolde uit de bus, door de koning zelf ondertekend. Spinola is in 1611 totaal geruïneerd. Hij onderhandelt met Frankrijk, voert oorlog in Duitsland (Julich en Kleef) en verovert later onder meer Breda.

Zie ook: kort overzicht veroveringen in oost Nederland en Spinola wil Friesland

Bronnen:
Willem Lodewijk, graaf van Nassau van Ubbo Emmius
Emmauel van Meteren
De Zwerfkat
Staatse en Spaanse linies in Zeeuws Vlaanderen