Home
De hoekse en kabeljauwse twisten
(1350 - 1490) 
De hoekse en kabeljauwse twisten is een
burgeroorlog in de late Middeleeuwen.
Twee groepen edelen in Holland
en Zeeland vechten om de macht.
De naam stamt vermoedelijk uit de successiestrijd (wie erft het recht of eigendom) die na de dood van graaf Willem IV in 1345 uitbreekt tussen zijn zuster Margaretha en haar zoon Willem V. De strijd barst los in 1390. De oorsprong van de tegenstellingen tussen de groepen edelen en hun onderlinge twisten moet worden gezocht in veten tussen adellijke geslachten.

Boven
Beide partijen nemen de strijdbijl op.

Ook steden, die steeds meer macht krijgen, kiezen partij in de strijd. De inzet is het verkrijgen van invloed op het bestuur. Winstgevende functies in de regering en aan het hof van de graaf zijn zeer gewild. Maar het overlijden van Willem VI in 1417 verandert de partijstrijd in een strijd om het recht van Jacoba van Beieren om Holland te mogen besturen. Je was voor Jacoba of tegen. Ofwel je bent voor BourgondiĆ« (Kabeljauws) of tegen Bourgondië (Hoeks).

De partijkeuze hangt vaak van lokale kwesties af. Tegenstellingen tussen regerende geslachten in de steden en adellijke veten smelten samen in wat we nu de Hoekse en Kabeljauwse twisten zijn gaan noemen. De Bourgondiƫrs maken hier een einde aan nadat de hoeken in de Jonker-Fransenoorlog een laatste wanhopige poging hebben gedaan het tij te keren. De maatschappelijke structuur is zo veranderd dat partijschap geen enkele zin meer had.


Opstand kaas-en broodvolk
(1491 - 1492) 
Boeren en burgers in Noord-Holland komen in 1491
in financiële moeilijkheden door het
zogeheten ruitergeld. Er is al een gebrek
aan levensmiddelen. De verhoging van de
belasting is de druppel die de emmer
doet overlopen.
Stadhouder Jan van Egmont voelt zich niet sterk genoeg om er met geweld tegen op te treden en doet vage beloften die niets uithaalden. De opstandelingen krijgen in 1492 steun van de steden, waardoor de beweging van karakter verandert. Men trekt Alkmaar binnen en daarna Haarlem, waar de gehate rentmeester Claes van Ruyven, wordt doodgeslagen. De documenten uit zijn archief worden vernietigd.

Armen komen in opstand tegen grootgrondbezitters. De aanval op Leiden mislukt echter. Jan van Egmonts opvolger Albrecht van Saksen slaat de opstand daarna vrij makkelijk neer en legt zware boetes op. De verdedigingswerken van Alkmaar worden ontmanteld. Haarlem en Hoorn krijgen elk een garnizoen.