Home
Veel veroordelingen in Tachtigjarige Oorlog
1572 - 1612
Onthoofding, ophanging, verbranding, radbraken, wurgen en verbanning

Pijnigen moeten leiden tot een veroordeling

Boven: Een verdachte wordt eerst gepijnigd, bijvoorbeeld met een gloeiend hete tang.

Een relatief groot aantal mensen, onder wie veel soldaten, is in de Tachtigjarige Oorlog terechtgesteld in Twente. Er zijn 40 doodvonnissen uitgesproken, een piek ten opzichte van de periodes daarvoor en daarna. Vooral plunderaars en rovers worden opgepakt. Een voorbeeld is Hans van Halteren. Hij gaat op rooftocht in Münsterland. Op 19 december 1583 kost hem dat vergrijp zijn leven. Drs Dick Schlüter geeft in zijn boek Met den Koorde of door het zwaard meer van dit soort voorbeelden.

De ruiterknecht This Wichraet doodt de boer Heerincman in 1584 in de buurtschap Rossum. De in Ootmarsums gelegerde soldaat wordt wegens doodslag onthoofd op 8 september 1584. Veel plunderaars zijn tussen 1580 en 1585 actief in het richterambt Kedingen waaronder Goor, Markelo, Rijssen en Wierden vallen.

Richter David Berck en zijn helpers pakken in maart 1589 Gerlach Wissinck uit Markelo op. Wissinck is op 6 april in Oldenzaal terechtgesteld. De richter heeft opnieuw succes op 16 augustus. Hij betrapt dan Sondach Lutzenborch en Rotger ten Lutkenhuys op heterdaad bij het beroven van armen. De verdachten worden in Goor gevangen gezet en na achter dagen naar Oldenzaal gebracht. De rit over het karrespoor duurt een hele dag. De richter, onderrichter en tien helpers maken voor 8,5 daler en drie stuivers aan eten en drinken op. De twee plunderaars worden op 17 augustus op het Oldenzaalse Galgeveld terechtgesteld.

Soldaat Gisbert ten Hove is een boswicht und landtverreder. De drost van Twente krijgt klachten over Ten Hove die in Enschede is gelegerd. Hij vraagt de commandant van het garnizoen om uitlevering. Ten Hove wordt op 1 augustus 1589 naar Oldenzaal gebracht waar men hem elf dagen later onthoofdt. Het lijk wordt zoals gebruikelijk ter afschrikking op een rad gelegd.

Rechts: Radbraken houdt in dat de botten in armen en benen worden gebroken terwijl het slachtoffer is vastgebonden op een rad.

Botten worden gebroken

Een onthoofding

Boven: De ultieme straf is onthoofding. Als extra vernedering wordt het hoofd van de dader op een lans gestoken en ter afschrikking ten toongesteld bij de ingang van de stad.

Ook in het jaar 1592 verliezen twee mannen hun hoofd in Oldenzaal. Hans van Retberge en Cornelis van Lingen lopen tegen de lamp. Diefstal, geweldpleging en straatschenderije luidt de beschuldiging. Op 14 april 1592 rollen hun hoofden over het Galgeveld.

Johan Hissinck wordt gevangen gezet in de Bisschopspoort in Oldenzaal wegens aanranding en verkrachting van vrouwen, maar hij ziet kans te ontsnappen. Hissinck neemt dienst als soldaat bij kapitein Mendo die hem niet wil uitleveren. De Spaanse stadhouder Verdugo beveelt Mendo daarna de soldaat naar Oldenzaal te brengen. Mendo doet dat op 20 augustus. De drost van Twente onthooft Hissinck op 2 oktober 1593.

Daders worden niet altijd onthoofd. Ook veroordeelt een richter soms iemand tot de strop. Boeren uit Wierden die - vermoedelijk Spaanse - soldaten hebben doodgeslagen in de periode 1567 tot en met 1572 komen er nog af met een geldboete. De staatse autoriteiten die er de scepter zwaaien is niet om toestemming gevraagd de soldaten te begraven. Maar ook de staatse soldaten gedragen zich als beesten.

Boeren verliezen al hun bezittingen en vormen daarom zelf een leger om zowel de staatse als de Spaanse soldaten te verjagen uit Overijssel. Ze noemen zich de desperaten. Sweder Schele van het Weleveld (1569 - 1639) schrijft dat de desperaten enkele gereformeerde burgers doden. Bovendien weigeren de desperaten in de jaren 1579 en 1580 hun pacht te betalen en dreigen zij de jonkers van hun bezittingen te verdrijven. Graaf Philips van Hohenlohe drukt de opstand de kop in. Mogelijk zijn enkele raddraaiers opgehangen.

Hetzelfde lot wacht twee soldaten van het Spaanse garnizoen in december 1585. Zij zijn betrokken bij plundering en verkoop van gestolen goederen. Hans Stellinckwerff wordt in 1592 in Oldenzaal in de kraag gevat wegens brandschatten en roven. Hij wordt op 15 oktober 1592 op het Galgeveld in Oldenzaal opgeknoopt. De staatse troepen halen zeven deserteurs uit de gelederen van de Spaanse troepen wanneer Oldenzaal is veroverd in 1626. Zij worden direct terechtgesteld.

Verbranden

Boven: Levend verbranden gebeurde met ketters die zich niet laten bekeren.

Iemand wordt aan de kaak gesteld

Boven: Een vrouw wordt op de markt aan de kaak gesteld. Omdat zij bevoorbeeld een appel heeft gestolen moet zij midden in de stad voor paal staan.

Meer veroordelingen

Op het Galgeveld in Delden zijn Hendrick Wissinck uit Bocholt op 22 juni 1568 en Herman Wiskinck op 15 januari 1569 terechtgesteld. Laatstgenoemde stal spullen uit de kerk.

Ook veroordeeld zijn: Werner te Appelreise uit Haaksbergen op de Galgenslat in Haaksbergen in 1569 en Adam van Hannover op 31 oktober 1569 in Weerselo.

Lichtherre van Stellinckwerf is op 10 april 1570 terechtgesteld op het Galgeveld in Oldenzaal. Voor diefstal uit de kerk zijn Hilbrant van Noirdtwolde en Gerrit van Stellinkwerf op 12 september 1570 verbrandt op het Galgeveld in Delden. Johan Ryssen is voor hetzelfde delict precies een jaar later veroordeeld in Oldenzaal.

 

Lambert Egbertinck uit Hasselo en Johan Peper uit Borne zijn op 15 juli 1589 gewurgd op het Galgeveld in Oldenzaal wegens diefstal. Hensken van Tubbergen is op 16 december 1589 onthoofd op het Galgeveld in Oldenzaal wegens diefstal. Hans ten Langeler uit Woolde maakte zich schuldig aan moorden. Hij is daarom op 6 april 1596 geradbraakt in Oldenzaal.

Johan Westerholt uit Ootmarsum is in zijn woonplaats onthoofd in 1604 wegens doodslag en Mette Lambert uit Vriezenveen is verbrand wegens hekserij. Eeffze Werners uit Vriezenveen zou ook aan hekserij doen maar haar oordeel tot verbranding is omgezet in verbanning. Alle veroordelingen komen tot stand dankzij de drost.