Home

Graaf Floris V van Holland

Der Keerlen God is ongekend populair bij de gewone mensen
(1254 - 1296)

Graaf Floris V Floris V is in verschillende opzichten een belangrijke graaf. Hij zet zijn stempel op de geschiedenis van Holland. Boeren krijgen moerassen die zij ontwateren en omtoveren in vruchtbaar land. Ze graven sloten en bouwen dijken. Ook steeds meer verdedigingswerken komen er. De bevolking groeit en de economie bloeit. Dankbare boeren noemen Floris der Keerlen Gods.

Floris V is geboren in Leiden in juli 1254. Op tweejarige leeftijd wordt hij graaf van Holland en Zeeland. Zijn vader, de Rooms-koning Willem ll, is een half jaar daarvoor vermoord. Op twaalfjarige leeftijd, in 1266, wordt de jonge Floris officieel meerderjarig verklaard.

Floris V is intelligent en charismatisch. Hij bedwingt acht jaar later, op twintigjarige leeftijd in 1274, een grote opstand van de Kennemerlanders (het gebied rond Haarlem en Alkmaar) en de Waterlanders (ten noorden van Amsterdam). Hij verjaagt Avesnes uit Holland in de herfst van 1277 en met grote leningen houdt hij de bisschoppen van Utrecht in zijn macht. Hij ontvangt het Nedersticht in pand in 1279 en maakt belangrijke gebieden als Woerden, Amstelland en het Gooi tot lenen van Holland.

Zijn schuld aan de hertog van Brabant voor het Brabantse deel van Zuid-Holland is in 1283 helemaal afgelost. Floris krijgt het land in ruil voor steun in het streven van de hertog naar meer macht in Limburg. Floris heeft zijn handen vol aan de Westfriezen. Pas in 1289 verslaat hij ze definitief. Floris beheerst nu het gehele huidige Noord-Holland inclusief Texel.

De sarcofaag van Floris V in de Grote of St Laurenskerk in Alkmaar De graftombe of sarcofaag van Floris V staat in Alkmaar, in de Grote of St Laurenskerk.


De strijd tegen Vlaanderen
Floris V raakt ook steeds met zijn schoonvader, de Vlaamse graaf Gwijde van Dampierre, slaags. Ze vechten een felle strijd om Zeeland.

Floris verslaat z'n schoonvader uiteindelijk bij Baarland in 1295. Hij laat zich nadrukkelijk "graaf van Holland, Zeeland en heer van Friesland" noemen vanaf 17 maart 1291.

Zijn politiek is op Engeland gericht. Zijn aanspraken op de in 1290 vacant geworden Schotse koningstroon laat hij afkopen. Maar in 1296 gooit hij het roer om en verbindt zich met Frankrijk. Ontevreden edelen smeden een complot en hij wordt gevangen genomen. Hulp van Hollandse boeren komt te laat. Floris V wordt vermoord bij Muiderberg op 27 juli 1296. Aanvankelijk is hij begraven in Alkmaar in de Grote Kerk, later wordt hij herbegraven in Rijnsburg.

Dat hij wordt herbegraven in Rijnsburg wordt tegengesproken. Rond 2004 blijkt uit onderzoek dat de persoon in dat graf van Floris een paar honderd jaar jonger of ouder is dan Floris.

Floris V bezweert een oproer in het Sticht
Utrecht juli 1274;

Graaf Floris V slaagt er in het oproer in het noorderkwartier van het Sticht te bezweren. Het verdrag met de machthebbers in Utrecht, de ambachtsgilden en de boeren van de Amstel- en de Vechtstreek, behelst echter niet meer dan een voorlopige wapenstilstand. Floris zal tegenover hen een neutrale houding innemen. Van een eventueel terugkeer van Jan van Nassau, die naar Deventer is gevlucht, is nog geen sprake. De Kennemers die aan de basis van de onrust hebben gestaan, hebben van de graaf een landrecht gekregen.

Joost van den Vondel (links) schrijft het verhaal over Gijsbrecht van Amstel dat over de moordaanslag op Floris gaat.

De gebeurtenissen in Utrecht staan in direct verband met de hardnekkige strijd van de Hollandse graven tegen de Westfriezen. De mislukte expeditie van 1272 heeft de boeren in het aangrenzende Kennemerland nieuwe hoop gegeven bij hun verzet tegen de grafelijke vertegenwoordiger Wouter van Egmond, die de traditionele rechten van de Kennemers herhaaldelijk met voeten treedt. Begin dit jaar gaan zij een verbond aan met de Westfriezen en de Waterlanders en trekken al plunderend naar het zuiden.

De edelman Gijsbrecht IV van Amstel ziet in de opstand een uitgelezen kans de omstreden Utrechtse elect Jan van Nassau, een protégé van Floris, uit te rangeren. Onder zijn leiding arriveert de meute in de Domstad, verjaagt de elect en geeft de plaatselijke gilden het bestuur in handen.

Voor graaf Floris is de afloop gunstig: hij heeft door de toekenning van het landrecht aan de Kennemers verhinderd dat de situatie in zijn eigen graafschap onhoudbaar wordt. Bovendien kan hij als het gaat om de positie van de bisschop de kat uit de boom kijken. Keert deze wel of niet terug uit Deventer? In het laatste geval kan Holland wellicht van het machtsvacuüm in Utrecht profiteren.

Westfriezen geven zich over

's-Gravenhage 1289; De kaart van Holland rond 1594 naar H. Nagel door Johann 
 
BussemacherNa de Kennemers in 1274 onderwerpt graaf Floris V nu ook eindelijk de van oudsher weerbarstige Westfriezen. Hij heeft verschillende "capitulatieverdragen" met hen gesloten, die na alles wat er gebeurt opvallen door hun verzoenende karakter.

Van enige tegemoetkoming van de zijde van Floris is bij zijn aantreden echter geen sprake. Hij wil wraak nemen op de Westfriezen, die in 1256 bij het dorp Hoogwoud zijn vader, Rooms-koning Willem II, hebben vermoord. Aanvankelijk is hij weinig succesvol. In 1272 loopt een veldtocht tegen de Westfriezen uit op een fiasco. Floris onderneemt in 1282 weer een poging hen definitief aan zijn gezag te onderwerpen.

Met steun van de graven Reinald van Gelre en Dirk VIII van Kleef zegeviert hij bij hetzelfde plaatsje waar zijn vader 26 jaar eerder zo smadelijk de dood vond. Een van de overwonnen Friezen, die de moord destijds meemaakte, wordt op straffe van de dood gedwongen het al die jaren angstvallig geheimgehouden graf aan te wijzen. Floris graaft de stoffelijke resten van zijn vader op, die zich onder een woonhuis bevinden, laat ze wassen en in een nieuwe kist leggen waarna ze in de abdij van Middelburg een waardige laatste rustplaats krijgen.

Om elke opstand in de kiem te smoren bouwt Floris dwangburchten. Grote opstanden blijven nu uit. Hardnekkige verzetshaarden, zoals die te Wieringen in 1284, worden opgeruimd. Bovendien speelt de watersnood die in de winter van 1287 - 1288 het hele graafschap teistert, Floris in de kaart. Hij geeft zijn opperbevelhebber Dirk van Brederode onmiddellijk bevel West-Friesland binnen te varen en de door het water geïsoleerde dorpen te onderwerpen. De Friezen, die door deze plotselinge actie verrast worden, geven hun tegenstand op en sluiten de capitulatieverdragen.

Hulp voor Floris V komt te laat

Muidenberg 27 juni 1296;

Vlak bij zijn kasteel, het Muidenslot wordt graaf Floris V, vastgebonden op zijn paard, met zwaardslagen om het leven gebracht. Boeren die met zeisen en hooivorken oprukken om hun heer te bevrijden, komen te laat.

Gerard van Velsen
Drie edelen worden verantwoordelijk gehouden voor de moord op de graaf. Gerard van Velsen is de enige van de drie die geen politieke reden voor de moord op Floris heeft. Bronnen suggereren dat eerwraak de reden was voor Van Velsen. Floris heeft de vrouw van Van Velsen wellicht verleid. Wie dat was staat niet vast. Maar waarschijnlijk was zij een dochter van Persijn. De suggestie van de verleiding ligt voor de hand. Floris heeft een reputatie als rokkenjager. Floris heeft in elk geval één bastaardzoon. Witte van Haamstede is een bastaardzoon van Floris.
(Bron: F.J. van Velsen)

Muiderslot

Floris V bestuurt zijn graafschap dertig jaar lang. Nadat zijn vader Willem II tijdens de strijd tegen de Westfriezen is gesneuveld, wordt Floris al op tweejarige leeftijd graaf. Het bewind wordt eerst door voogden waargenomen, eerst door zijn oom Floris, bijgenaamd "De Voogd" en na diens dood in 1258 door zijn tante Aleid. Ten slotte staat graaf Otto II van Gelre aan het roer. In 1266 wordt Floris meerderjarig en neemt hij zelf het bewind in handen.

Floris streeft naar uitbreiding van de grenzen van zijn graafschap. In 1272 onderneemt hij een strafexpeditie tegen de Westfriezen, bedoeld om zijn vader te wreken. Maar de onderneming mislukt. Wél lukt het hem in 1279 de Vechtstreek in handen te krijgen. De edelen aldaar, zoals Gijsbrecht IV van Amstel, komen daarmee onder bewind van een krachtig, energieke graaf te staan, iets waar zij zich niet makkelijk bij neerleggen.

Genoot Floris bij deze edelen niet veel populariteit, bij de stedelingen, de boeren en in het algemeen ook wel bij de echte Hollandse en Zeeuwse adel is hij zeer gezien. Hij bevordert de handel en doet veel op het gebied van de waterhuishouding. Hij sticht waterschappen en legt dijken aan.

De buitenlandse politiek van Floris wordt hem uiteindelijk fataal. Sinds 1281 onderhoudt Floris nauwe betrekkingen met Eduard, de koning van Engeland. Om deze banden te bestendigen wordt het zoontje van Floris in 1291 naar Engeland gestuurd om daar te blijven tot zijn huwelijk met een van de dochters van Eduard. De koning van Frankrijk ziet deze goede verstandhouding met lede ogen aan en probeert van alles om de gunst van de Hollandse graaf te winnen, zoals hij dat ook doet bij de graaf van Vlaanderen. En met succes, want in 1296 staat Floris plotseling aan de zijde van de Franse koning. Op 9 januari sluit hij in Parijs een verdrag dat voor hem financieel gezien gunstig is en er zijn dan ook stemmen die beweren dat Floris zich heeft laten "huren". De wraakactie van de Engelse koning is niet mals. Hij zou contact hebben gezocht met ontevreden edelen in Holland met het verzoek hun graaf gevangen te nemen en naar Engeland te brengen.

Onder leiding van Herman van Woerden en Gijsbrecht van Amstel wordt Floris tijdens de valkenjacht ten noorden van Utrecht gevangengenomen en naar het Muiderslot gevoerd. Vandaar zou hij naar Engeland worden gebracht. De bewoners van het gebied, opgeschrikt door deze gebeurtenissen, willen echter de inscheping van Floris verijdelen en hun graaf bevrijden. Vanuit een hinderlaag overvallen zij het groepje edelen, dat met hun gevangene heimelijk op weg is naar het gereedliggende schip in Muiden. Uit angst en woede maken de edelen een einde aan het leven van de Hollandse graaf.

Een luchtfoto van burg 
 
Haamstede WITTE I VAN HAAMSTEDE, een bastaardzoon van Floris en geboren tussen 1272 en 1282, wordt door zijn halfbroer, graaf Jan I van Holland beleend met de heerlijkheid Haamstede. De heerlijkheid is door het kinderloos overlijden van Jan Costijnsz van Renesse in handen van de graaf gekomen. Witte van Haamstede is tijdens de grote Vlaamse inval van 1304 in Zierikzee. Hij ontsnapt over zee, landt bij Zandvoort, roept de Haarlemmers onder de wapens en speelt een leidende rol bij het verdrijven der Vlamingen uit Holland. Hij pacht de tienden die Jan van Renesse bezeten had van het kapittel van Sint-Jan te Utrecht 22 mei 1307. Hij werd weer beleend met Haamstede en met andere ambachten op Schouwen door zijn (achter)neef graaf Willem III 20 mei 1313; overleden vóór 1318. Witte van Haamstede huwde vóór 22 oktober 1307 met;

AGNES VAN DER SLUIS. Anges ontvangt van haar zuster Johanna (non in het Norbertinessenklooster Bedbur) een deel van de door haar ouders nagelaten goederen 14 juni 1310; door graaf Willem III als weduwe belast met de voogdij over haar kinderen en het beheer der nagelaten goederen (de ambachten Haamstede en Duiveland, de helft van Brouwershaven, en enkele andere bezittingen op Schouwen), Zierikzee 26 december 1321.

Burg Haamstede in 
 
Schouwen-Duivenland FLORIS I VAN HAAMSTEDE, heer van Haamstede (onder voogdij) 1321; door zijn huwelijk ook heer van Bergen (Kennemerland); behoort tot de edelen die getuigenissen omtrent de landscheiding tussen Brabant en Holland horen 1326 [*]; wordt door graaf Willem III "neef" genoemd 4 maart 1326 en 28 juli 1327; vermeld als ridder vanaf 27 november 1328; herverdeelt met zijn beide broers de van hun vader geërfde goederen, 2 april 1335; beleend met gronden en rechten, de graaf van Klaas van Kortgene aanbestorven in Noord-Beverland 5 juli en (evenals zijn broer Arnoud) met de helft van wat hun broer Jan bij overlijden naliet, Valenciennes 8 juli 1338; is een der voornaamste raadslieden van graaf Willem IV en is, mede door zijn functie als zegelaar, in de jaren 1338-1341, bij vrijwel alle regeringszaken betrokken; wordt op grond van deze verdiensten verheven tot baanrots en wordt om de daarbij behorende staat te kunnen voeren beleend met Schachtekijnspolder in Zuid-Beveland, 9 april 1341; samen met zijn vrouw beleend met al hetgeen zijn schoonmoeder in leen placht te houden, 14 september, en vermeld als baljuw van Zierikzee, 17 september 1343; neemt deel aan de oorlog tegen de stad Utrecht in de zomer van 1345 en vervolgens aan de krijgstocht tegen de Friezen alwaar hij sneuvelt bij Stavoren 26 september 1345; huwde vóór 15 januari 1321 met;

Het wapen van Haamstede 
 
met de Hollandse leeuwGOEDE VAN BERGEN, bij haar huwelijk door graaf Willem III erkend als erfdochter (voor Persijn-goederen welke haar moeder ten huwelijk meebracht) en begiftigt met een jaargeld uit de tienden van s-Gravenzande; door de gravin-weduwe Johanna beleend met het huis Aelbrechtsberg (Bloemendaal) 1346; ziet haar recht op (de helft van) Waterland erkend door de mede-erfgenaam Gijsbrecht van Nijenrode, 4 januari 1373; nog vermeld 24 februari 1377.

De noodzaak om de grenzen
te bepalen groeit

Strijen 1326;
Na een gemeenschappelijk onderzoek van de hertog van Brabant en de graaf van Holland naar het exacte verloop van de grens tussen beide vorstendommen, is bepaald dat de burcht Strijen precies op de grens ligt. Tot voor kort bestonden er tussen de gebieden geen vast omlijnde grenzen. In het geval van Strijen is besloten dat het kasteel zelf op Hollands grondgebied ligt, maar de kapel die bij het kasteel hoort, in Brabant.
 

Utrecht doorstaat Hollandse belegering

Utrecht 21 juli 1345;
De immer strijdlustige graaf Willem IV van Holland, Zeeland en Henegouwen heeft zich verzoend met Utrecht en ziet af van verdere belegering van de stad. Na een bijna zes weken durende beleg zijn de grafelijke kampementen weer opgebroken. Graaf Willem heeft slechts als tegenprestatie geëist dat 500 burgers op hun knieën om vergiffenis kwamen smeken. De poorters, al lang blij dat het beleg werd gestaakt, hebben zonder morren aan deze eis voldaan. Bisschop Jan van Arkel heeft het Sticht voorlopig uit de klauwen van het opdringerige Holland kunnen redden.

Jong leerden de knapen vechten om later ridder te worden

De directe aanleiding voor het militaire optreden van Willem tegen Utrecht is het feit dat men de Hollandsgezinde partij de stad heeft uitgewerkt. Maar deze twisten waren niet de werkelijke oorzaak van de Hollandse toorn. De graaf was het meest geïrriteerd door het politiek gedrag van Jan van Arkel. In plaats van zich als een marionet van de Hollandse landsheer te gedragen, toonde de bisschop zich een kordaat bestuurder die het Sticht weer tot een eenheid probeerde te smeden, bevrijd van de Hollandse en Gelderse invloed.

Dit terwijl bisschop Jan zijn positie geheel aan graaf Willem te danken had, die de kanditatuur van Jan van Arkel zelf bij de paus in Avignon had bepleit. Omdat de Utrechtse bisschop daarna niet naar de pijpen van Holland wilde dansen, greep de graaf naar de wapens. Het viel echter niet meer zo gemakkelijk de stad onder de voet te lopen. De mislukking is door Jan van Arkel als overwinning gevierd.

De belegering was kort maar hevig. Met lepelblijdes en andere vernuftige werktuigen probeerden de Hollanders de poorters te overtroeven, maar dezen hielden manmoedig stand. Vooral de Utrechtse boogschutters waren zeer gevreesd. Zeker nadat graaf Willem zelf door een pijl in zijn voet getroffen werd. Toen Willem in de gaten kreeg dat de belegering wel eens een langdurige geschiedenis kon worden, is hij ingegaan op het vredesvoorstel van bisschop Jan.

Friezen verslaan trotse ridderleger

Amsterdam 28 september 1345;

Gedemoraliseerd zijn de restanten van het eens zo trotse Hollandse leger in de haven van Amsterdam teruggekeerd van een expeditie tegen de opstandige Friezen. Zonder hun krijgslustige aanvoerder, graaf Willem IV, die zijn laatste krijgsavontuur in de buurt van Stavoren met de dood heeft moeten bekopen. De verliezen die de Friezen het Hollandse leger hebben toegebracht zijn gigantisch: naast de graaf en een groot aantal edelen, waaronder Floris I van Haamstede, zijn er 500 doden te betreuren.

Nog maar nauwelijks had de graaf zijn kampementen voor de muren van de stad Utrecht opgebroken, of hij zette alweer koers naar een nieuw militair karwei in Friesland. Hoewel de Hollandse graven zich tevens met de titel "heer van Friesland" mogen tooien, is hun gezag aan gene zijde van de Zuiderzee allerminst onbetwist. Aanhoudend zijn er veldtochten nodig om het opstandige gewest onder controle te houden. De meest recente, voorlopig de laatste, zoals uit het relaas van de overledenden blijkt is op een regelrechte debâcle uitgelopen.

Graaf Willem had besloten zijn slecht voorbereide leger te verdelen over twee vlooteenheden, die op verschillende plaatsen op de Friese kust moesten landen. Dit bood de Friezen echter de gelegenheid eerst af te rekenen met het ene contingent onder bevel van Jan van Henegouwen, en zich vervolgens massaal te storten op de nietsvermoedende graaf die een paar kilometer verder met met zijn krijgslieden aan land kwam. Vele Hollandse soldaten probeerden in paniek terug naar de schepen te vluchten, maar verdronken voordat zij zich aan boord konden hijsen.

Zie ook:
Graaf Floris stimuleert het onderwijs