Home

De wonderbaarlijke bevrijding

1572

Spaans leger weer de baas in Oldenzaal, de hoofdstad van Twente

Oldenzaal

Boven: De vestingstad Oldenzaal behoudt enkele eeuwen haar karakter van vestingstad, duidelijk herkenbaar aan de ronde vorm van de wallen, de grachten en de muren. Het grote vrijstaande gebouw voor de kerk is het voormalige stadhuis.

Alva verliest zijn bril (den Briel) op 1 april 1572. De watergeuzen krijgen definitief vaste voet aan wal. Maar in datzelfde jaar nemen de geuzen ook het ver weg gelegen Oldenzaal in. Willem van den Berg, getrouwd met een zusje van Willem van Oranje, bezet met zijn leger in juli 1572 de belangrijkste stad van Twente. De opstand tegen Spanje krijgt eindelijk de wind in de zeilen. Maar vier maanden later zien de Oldenzalers de Spanjaarden al terug.

De hertog van Brunswijk (Braunschweig bij Hannover) legert zijn afdelingen landsknechten en ruiters in Oldenzaal nadat hij Van den Berg in november 1572 uit Twente heeft verjaagd. De deken van Oldenzaal is blij met het herstel van het katholieke geloof en bepaalt dat elk jaar een processie wordt gehouden om de wonderbaarlijke bevrijding van de geuzen (Miraculosa liberatio a Geusis) te vieren. Zij sluiten de plechtigheid steeds af in de eeuwenoude Plechelmusbasiliek.

De Oldenzalers herinneren zich in 1572 nog het geweld van de anabaptisten en de wederdopers. Zij roven vanuit de graafschap Bentheim rond 1550 vee en graan uit Twente. De drost van Twente belooft een flink geldbedrag aan iedereen die een bendelid gevangen neemt.

Rechts: De hertog van Brunswijk (Braunschweig) in dienst van de koning in Spanje. Hij verjaagt de geuzen uit Oldenzaal.

De hertog van Brunswijk



Boven: Oldenzaal krijgt Maurits van Oranje pas in 1597 binnen haar poorten. Welkom is deze protestantse prins allerminst in de katholieke vestingstad.

Oldenzaal met de Bisschopspoort

Boven:
De bisschopspoort aan de noordzijde van de vestingstad Oldenzaal. Prins Maurits legert in 1597 zijn mannen aan deze kant op een heuvel. Zoals Oldenzaal hier is geschilderd zag de prins van Oranje de belangrijkste stad van Twente. De plek waar Maurits zijn hoofdkwartier inricht heet in de volksmond nog steeds de geuzenkamp (foto rechts van Marcel Tettero. De auto's rijden op de rondweg).

Geuzenkamp iets ten noorden van Oldenzaal

Jacob van Deventer tekent Oldenzaal

Boven: Jacob van Deventer tekent in opdracht van de koning in het verre Spanje de hoofdstad van Twente: Oldenzaal. De dubbele grachten geven duidelijk aan dat de stad in staat van paraatheid is gebracht. Het gebied helemaal bovenin en dan iets naar rechts (ten noordnoordoosten van Oldenzaal) wordt nog steeds de geuzenkamp genoemd.

De Oldenzalers ontketenen een klopjacht op de booswichteren die soms de 'vrome kinderen van Emmelenkamp' (Emlichheim) worden genoemd. De pest maakt de Oldenzalers in het jaar 1565 nog armer dan ze al zijn.

De drost van Salland, Unico Ripperda, deelt op 14 juli 1570 op de landdag in Zwolle mee dat Overijssel de belastingen niet meer kan betalen. Laat staan de beruchte tiende penning (tien procent belasting) kunnen de inwoners niet opbrengen. De hertog van Alva eist honderdduizend gulden, punt uit. De provincie legt uiteindelijk toch nog 35.000 gulden op tafel.

Na een korte onderbreking in 1572 blijven de katholieke Spanjaarden jarenlang heer en meester in de vestingsstad Oldenzaal. Andersdenkenden krijgen er geen poot aan de grond.

Graaf Van Hohenlohe, die later met de oudste dochter van Willem van Oranje trouwt, trekt de stad in de lente van 1580 binnen nadat hij met zijn mannen in Stad Delden overwintert. Op 27 september 1580 geeft hij de stad echter al weer over aan stadhouder Rennenberg die op 3 maart 1580 is overgelopen van het kamp van Willem van Oranje naar de koning van Spanje. Rennenberg verliest in de strijd zo'n 300 soldaten.

De Pest
Daarna houdt de pest huis in Oldenzaal. In 1582 vallen tientallen doden door deze ziekte. Een guerrilla beheerst ondertussen Twente en Salland. Het geweld nadert de dominante vestingstad Oldenzaal in 1589. Zo'n 1000 paarden, 1000 schapen, 500 koeien en ontelbaar veel varkens worden in augustus 1589 geroofd in de omgeving van Oldenzaal. (bron Arnold Moonen Kroniek van Deventer). De molens van Het Hulsbeek in de buurtschap Berghuizen gaan dat jaar in vlammen op.

De jonge prins Maurits komt dichterbij. Hij bezet van 1589 tot 1591 Goor. De prins van Oranje neemt in 1592 Steenwijk, Coevorden, Almelo, Ootmarsum en Enschede in. Maurits wil natuurlijk ook de vestingstad Oldenzaal veroveren. Hij slaat zijn kamp op bij de T-splitsing Bekspringweg, Oliemolenstraat. De Oldenzalers noemen die plek nog steeds de geuzenkamp. Vanaf deze heuvel kijkt hij neer op de vestingstad. Zes vaandels van elk zo'n 400 mannen verdedigen de vesting. Zij kijken naar de overmacht aan soldaten van prins Maurits maar geven de strijd niet op.

Bisschopspoort Oldenzaal

Boven: De Bisschopspoort is nagebouwd bij de herdenking van de onafhankelijkheid in 1913.

Bisschopspoort Oldenzaal

Boven: Op deze plek stroomde eens water in enorme brede grachten De naam Bisschopspoort herinnert aan de poort die hier eens stond. Op de achtergrond de Plechelmus ("Oonzen Oalen Griezen").

Gregoriaanse kalender
Over de datum waarop prins Maurits Oldenzaal inneemt bestaat verwarring. Dat komt door de invoering van de gregoriaanse kalender. De oude Juliaanse kalender van Julius Caesar loopt tien dagen uit de pas. Paus Gregorius XIII besluit het verschil goed te maken. Op 4 oktober 1582 schakelt 'de hele wereld' over van de Juliaanse naar de Gregoriaanse kalender. De volgende dag is daardoor in één keer de stap gezet naar 15 oktober 1582.

Het gevolg daarvan is dat historici voor de overgave van Oldenzaal twee data hanteren. Maurits noteert 23 oktober 1597. Maar anderen houden nog de oude datum aan: 13 oktober 1597.

Wapen van Oldenzaal

Arnold van Bentheim bezoekt het legerkamp van prins Maurits ten noorden van Oldenzaal. Hij brengt drie wagens met haver, wat schapen, twee ossen en wijn mee. Ook de weduwe van Willem van Oranje, Louise de Coligny, en prinses Brabantine bezoeken de prins om de praten over de trouwplannen van Brabantine.

De Oldenzalers hebben na de eerste schermutselingen niet veel zin door te vechten. Zij beschikken over maar één kanon en over een fractie van het aantal soldaten dat Maurits meebrengt. Een kapitein, een vaandrig en twee burgemeesters onderhandelen met de prins van Oranje over overgave. Slechts vier dagen duurt het beleg.

Een dronken officier Van Oyen zou 's nachts het bevel geven de kanonnen af te vuren. De Oldenzalers schrikken daar zo van dat zij onmiddellijk de onderhandelingen openen. Om elf uur 's avonds tekenen de hoge heren de overgave. De volgende dag vertrekt het Spaanse garnizoen al richting Lingen. In het stadhuis houdt Maurits daarna een protestantse kerkvergadering, een synode. De beelden gaan de Plechelmus uit. Maar niet voor lang. De dominee moet in 1605 al weer zijn biezen pakken. Ambrosio Spinola, een Italiaanse bankier uit Genua maar bovenal een briljant legerleider, neemt Oldenzaal dit keer in.

Links: Zelfs in het stadswapen van Oldenzaal speelt de kerk een belangrijke rol. Plechelmus, de beschermheilige van de basiliek, is afgebeeld in het wapen. Het kruis doet sterk denken aan het wapen van Utrecht dat echter in rood en wit is uitgevoerd. De St. Plechelmusbasiliek in het centrum van Oldenzaal is één van de vroegste voorbeelden in Nederland van zandsteenarchitectuur. De zandsteen komt uit het nabijgelegen Bentheim.



Boven:
Oldenzaal opnieuw middelpunt van strijd. Spinola lukt het Oldenzaal te veroveren in 1605 vlak voor het twaalfjarig bestand. De stad blijft een katholieke enclave. Het jaar daarna valt ook de Grolsch Veste (Groenlo) in handen van de Spaanse legerleider.

Bronnen:
Oldenzaal, uit de geschiedenis van een omsloten stad. Mr G.J.J.W. Weustink,
De rechtsgeschiedenis van de stad Oldenzaal en de marke Berghuizen tot 1795 van dr. H.J.M. Weustink.
Een bundel opstellen over de geschiedenis van Oldenzaal, uitgegeven ter gelegenheid van de Hanzefeesten en Eeuwfeesten.
Maurits van Nassau, de winnaar die faalde van A. Th. van Deursen