Home

Vicaris-generaal Sasbout Vosmeer

(1548 - 1614)

Redder van de katholieke kerk in Nederland tijdens de Opstand

Sasbout Vosmeer

Een man die zich met hart en ziel inzet voor het behoud van de katholieke kerk in Nederland is Sasbout Vosmeer (Delft, 13 maart 1548 – Keulen, 3 mei 1614) terwijl dat verboden is. De graveur bezoekt de paus in Rome met het hoofd van Balthazar Gerards op sterk water in een poging de martelaar heilig verklaard te krijgen wegens de moord op Willem van Oranje.

Sasbout Vosmeer lijkt er alles voor over te hebben om het katholicisme in Nederland weer toegelaten te krijgen. Maar de Staten zijn volop in oorlog met Spanje. Alleen protestanten mogen naar de kerk. Vosmeer is illegaal actief in Nederland. Hij dient zieken de laatste sacramenten toe in Oldenzaal waar de pest heerst. In Tubbergen is een straat naar de held Vosmeer vernoemd mede omdat hij vanuit Keulen in cognito naar het calvinistische Nederland gaat terwijl de begraafplaatsen zo vol zijn dat in Oldenzaal de doden buiten de Deurningerpoort worden begraven op De Woort bij het Leprozenhuis van Oldenzaal. Dat is in 1606.

De ouders van Sasbout Vosmeer zijn vooraanstaande inwoners van Delft. Hij studeert in Leuven. Aartsbisschop Frederik Schenck van Toutenburg van Utrecht (sinds 1561) wijdt hem in 1572 tot priester waarna hij zijn studie voortzet in Leuven en Keulen.

Missiewerk
Rond 1579 woont Vosmeer in zijn geboortestad Delft, vanwaar hij missiewerk in de omgeving onderneemt. Willem van Oranje, die dan ook in Delft woont, is al eind 1573 aanhanger geworden van calvinistische kerk.

De reformatie is rond 1580 doorgevoerd. Katholieke eredienst zijn in de republiek voortaan verboden.

Handschrift van Sasbout Vosmeer

Foto: Handschrift van Sasbout Vosmeer uit 1590. Hij schrijft een nieuw ontwerp voor een calendarium voor het diocees Utrecht. Een calendarium is het eerste boek waarin de belangrijkste taalfeiten van het Nederlands in chronologische volgorde zijn samengebracht. Hierdoor worden tal van historische ontwikkelingen en verbanden duidelijk, zoals de opkomst van woordenboeken, spellinggidsen en grammatica’s, het debuut van platte volkstaal in de Nederlandse literatuur, en de invloed van maatschappelijke en technische veranderingen op onze taal.

 

Maar dit betekent nog niet het einde van het katholieke kerkelijke leven. Dat wordt in schuilkerken en door klopjes voortgezet. Een belangrijke rol spelen Sasbout Vosmeer en later Philippus Rovenius. Vosmeer organiseert vanuit Haarlem en Delft met twintig priester in het geheim het missiewerk in de Zeven ProvinciŽn. Katholieken kunnen hier en daar geloofsvrijheid kopen bij een baljuw, een schout, een burgemeester of een schepenen (wethouder). Een aantal edelen, baas in eigen heerlijkheid, blijft hun katholieke geloof trouw.

Rechts:
Het familiewapen van Vosmeer (bron)

Familiewapen van Vosmeer

Vosmeer moet werken met conservatieve geestelijken en verouderde structuren. Hij heeft een chronisch gebrek aan priesters en wordt dwarsgezeten door leken en religieuzen die andere standpunten innemen dan hij.

Vosmeer is in 1582 in Rome en wordt in 1582 of 1583 vicaris-generaal van het (verboden) bisdom Utrecht, de hoogste katholieke gezagsdrager in de opstandige Nederlanden. Hij moet leiding geven aan het slinkende aantal priesters dat ondanks de woelige tijden van de reformatie op hun post blijven.

In 1583 is hij in Delft. De bisdommen Utrecht, Groningen, (Leeuwarden?), Deventer, Haarlem en Middelburg raken vacant. De nuntius in Keulen delegeert in 1592 (of 1594) de volmachten van alle bisdommen in de Utrechtse kerkprovincie aan Vosmeer. Dit betekent dat Vosmeer rechtstreeks onder het gezag van de paus valt.

Paus Clemens VIII roept de republiek aan het begin van de zeventiende eeuw uit tot missiegebied. De paus benoemt Vosmeer op 22 september 1602 tot aartsbisschop van Filippi in het gebied van de ongelovigen (in partibus infidelium). Een benoeming tot aartsbisschop van Utrecht is onmogelijk. De aartshertogen eisen op grond van het Concordaat van 1559 het benoemingsrecht op. Vosmeer benoemt Albertus Eggius in 1602 tot vicaris-generaal van het bisdom Haarlem. De Staten van Holland nemen Eggius daarop gevangen en willen ook Vosmeer oppakken.

Burgemeester Caltanéo van Vuillafans voor het geboortehuis van Balthasar Gérard

Foto: Burgemeester Caltanéo van Vuillafans voor het geboortehuis van Balthasar Gérard.

Sasbout Vosmeer gravure van J. WierixDe republiek der Zeven Provinciën verbant Vosmeer in 1603. Maar dat weerhoudt hem er niet van de grens regelmatig in het geheim over te steken en door te gaan met het organiseren van de katholieke kerk in de republiek. Dat doet hij met hulp van de aartshertogen Albrecht van Oostenrijk en Isabella, dochter van koning Filips II (bron: Oosthoeks Encyclopedie).

Vosmeer vestigt zich in 1605 of 1606 in Oldenzaal nadat Spinola de Achterhoek, Twente en Lingen heeft bevrijd. Vosmeer zet het bestuur van de Nederlandse zending twee jaar later in Keulen voort. Hij sticht daar in 1613 het Collegium Alticollense, de priesteropleiding voor het bisdom Utrecht. De priesteropleiding voor Haarlem wordt in Leuven gevestigd.

Sasbout Vosmeer is streng in de leer. Gelovigen dienen het gezag van de Staten af te wijzen. Vooral de jezuïeten verweten hem extremisme. Philippus Rovenius volgt Vosmeer op als apostolisch vicaris.

(bron: Standaard Encyclopedie Antwerpen, Oosthoeks Encyclopedie, Wikipedia, egmond.okkn.nl, www.bisdomhaarlem.nl).

 

De Apostolisch Vicaris Sasbout Vosmeer laat bij zijn overlijden op 3 mei 1614 het Kapittel de som van 100 gulden na, waarbij vastgelegd wordt dat 1 gulden de waarde van 20 stuivers had. De jaarlijkse opbrengst van deze som, die blijvend vastgezet moet worden, is bestemd voor de kanunniken en koorgezellen. Deken Virssen tenslotte (7 juni) bedenkt in zijn testament het Kapittel met 100 daalders. Overigens hebben de kanunniken, die veel aan het Kapittel te danken hadden, alle reden om middels legaten van hun dankbaarheid blijk te geven. (bron)