Rijke graanhandelaar Jan Broeck is felle calvinist
? - 1567
Amsterdamse kapitein der Watergeuzen onthoofd in Hamburg
De rust in Amsterdam keert na de beeldenstorm pas terug wanneer er een zekere mate van vrijheid heerst. Calvinisten krijgen de kerk van het Minderbroedersklooster en mogen in ruil daarvoor de rooms-katholieke kerkdiensten niet meer verstoren. De centrale regering in Brussel wil echter toch hard optreden tegen het bezit van een eigen kerk nadat koning Filips II een eind maakt aan de tolerantie. De landvoogdes, Margaretha van Parma, de halfzuster van de koning moet nu toch hard ingrijpen. Rechts: Gevelsteen in de Oude Kerk van Amsterdam herinnert aan het herstel van de schade die is aangericht tijdens de beeldenstorm van 1566. |
![]() |
Jan Broeck leidt de geuzen in Amsterdam. Alleen de Dam is nog in handen van het stadsbestuur. Bij de reguliersbrug (Foto boven) werpen de opstandelingen een schans op van balken uit de timmerwerf. |
Willem van Oranje komt naar Amsterdam om de klok terug te draaien. De protestanten moeten hun verworvenheden opgeven. Ze staan de Minderbroederskerk af, maar zetten hun preken voort in een aantal pakhuizen. Zij overtreden hiermee nog steeds de wet omdat de pakhuizen in de stad staan. Oranje verlaat Amsterdam op 20 januari 1567. De landvoogdes weigert het nieuwe verdrag voor Amsterdam goed te keuren. Zij staat godsdienstvrijheid niet toe. Preken van de nieuwe religie binnen de stadsmuren is nog steeds verboden. Het stadsbestuur van Amsterdam staat achter de landvoogdes en wil het geschonden prestige herstellen. De landvoogdes ontbindt de Amsterdamse schutterij en werft huurlingen om beeldenstormer op te pakken. De burgemeesters voeren dit bevel op 23 februari 1567 uit en werven 300 soldaten, een geheim dat 's middags uitlekt en grote beroering veroorzaakt. Te wapen Derhalven voortgeruckt, tot op de Roode oft Regeliersbrugh, doet daar een schans van balcken en ander hout, dat voor de Steetuin oft timmerwerf lagh, opwerpen. Daar braghtmen de bassen in, en klonk er achter op, in allen schyn, oftze volladen geweest waren, hoe wel men nocht kruidt, nocht koeghels, in voorraad had." |
De rijke graanhandelaar Jan Broeck treedt vastberaden op voor de calvinisten ten tijde van de beeldenstorm in Amsterdam in 1566. Hij dient onder Lodewijk van Nassau, de broer van Willem van Oranje, en wordt kapitein van de watergeuzen. Het gaat echter mis met zijn loopbaan wanneer hij neutrale schepen overvalt in de monding van de Elbe. In 1569 is de graaf van Oost-Friesland de kaapvaart en piraterij helemaal zat. Hij verspreidt plakkaten tegen rovers en kapers op zee. |
De graaf rust tegen Jan Broeck zelfs enkele schepen met 500 'koppen' uit. Het duurt niet lang voordat hij wordt gepakt. Op 4 augustus 1569 om negen uur 's morgens slaat een beul het hoofd van Johann Brokken, zoals hij ook wordt genoemd, van zijn lijf. Op de Obermühle komt de zeerover aan zijn einde. Ter afschrikking is zijn hoofd op een paal gestoken. 'Sein Leutenant Breyse ward pardonniert' ofwel zijn leutenant krijgt pardon. |
De bewapening verloopt goed. Belangrijke plekken in de stad Amsterdam worden bezet en van schansen en kanonnen voorzien. De aanhangers van het stadsbestuur hebben alleen de Dam nog in handen. Het bestuur van Amsterdam heeft maar drie stuks geschut. Bovendien is de toegang tot de kogels en het kruit afgesneden. De burgemeesters zijn omsingeld. Ze verzinnen een list. Adriaan Pauw, koopman van aanzien en adviseur, helpt. Hij heeft een plan om het verzet te breken. In de ene hoek van de stad verspreiden de burgemeesters sussende woorden om de wapens neer te leggen terwijl zij elders in de stad vechten. Burgemeester Albert Marcus valt met 300 man aan. Zij krijgen echter te maken met Jan Broeck en zijn geuzen.
|
Boven: |
Boven: |
Wanneer Albert Marcus met de schout en de huursoldaten bij de Roodebrug aankomen is Jan Broeck bezig drie kanonnen te plaatsen. Jan treedt naar voren en blijft midden op de brug staan om de groep te woord te staan: "Wat drijft u met pijp en trom en vliegend vaan herwaarts?" vraagt Jan Broeck. "Wij willen ons wapenen met schut en scherp tegen onze vijanden", antwoordt Albert Marcus. "Wie zijn die vijanden?" vraagt Jan met scherpe nadruk. Hierop zwijgt de burgemeester. "Wat gij hier halen wilt, wil ik u niet laten volgen", gaat Jan Broeck verder. "Ik zal het geschut bewaren ten diensten der Majesteit en tot behoud der stad, en tevens de poort daar, zoo wel, dat de Graaf van Megen er 't hoofd voor stoten zal". "Terwul zy in gesprek stonden, quaamen, hem, tweehondert mannen onder een vendel, gedraaghen by Jan Kies, te hulpe." De overmacht is zo groot dat Albert Marcus en de schout de aftocht blazen. Direkt laat Jan Broeck de Regulierspoort, de Roodebrug, het Rondeel en de stadstimmertuin versterken. Hij beveelt de artilleriemeester, die in het Rondeel woont, geen geschut, kruit of kogels af te geven aan welke partij dan ook. |
De aanhang van het stadsbestuur vermindert snel wanneer veel mensen rond het middaguur naar huis gaan om te eten en niet terugkomen. De burgemeesters moeten voedsel en geld uitdelen om de armen voor zich te behouden. De menigte wordt onrustig en sommigen willen het stadhuis bestormen. Een aantal vooraanstaande burgers houdt hen tegen. Adriaen Pauw bemiddelt opnieuw. Er wordt een overeenkomst gesloten met het stadsbestuur. Een afvaardiging van beide partijen zal bij het Hof van Holland in Den Haag prins Willem van Oranje, stadhouder van Holland, om advies vragen. De burgemeesters stoppen met werven van soldaten en de oppositie ontwapent de burgers. Enkele dagen later roeit Clement Volckertsz Coornhert Hendrik van Brederode, de Grote Geus, in het geheim Amsterdam binnen om zich met aanhangers van het Verbond van Edelen in de stad te verenigen. De gereformeerde kerkraden en de leden van het Verbond der Edelen kiezen Van Brederode tot hun leider. Het stadsbestuur van Amsterdam is hierdoor in verlegenheid gebracht. Het wil niet dat Amsterdam het centrum wordt van de opstand tegen de centrale regering. Het stadsbestuur kan er echter niet veel tegen doen. De poorten van de stad krijgen extra bewaking om Brederode's aanhang buiten de deur te houden. Een aantal edelen uit andere plaatsen in Holland lukt het desondanks zich bij Van Brederode te voegen. Jan Broeck, commandant van de lijfwacht, beschermt het huis van Van Brederode met honderd man. De Amsterdammers dwingen het stadsbestuur Brederode te benoemen tot kapitein met bevel over de nachtwacht en over schepen met bewapend volk op het IJ en op de Amstel. Brederode logeert aan de Warmoesstraat. Ook Blois van Treslong en Lancelot zijn er. Een Spaanse spion meldt dat de rijke geuzen van Brederode af willen omdat deze geld komt vragen. (bron: Ton Oosterhuis Admiraal Lumey, de vossestaart van de geuzen). |
Boven: De Varkenssluis in Amsterdam. |
Boven: De schutterij van Amsterdam in de Gouden Eeuw. |
In Amsterdam winnen de geuzen maar in de belangrijkste havenstad in de Lage Landen, Antwerpen, gaat het mis. Het Amsterdamse stadsbestuur voelt zich nu sterk genoeg om het preken te verbieden. De protestanten verzetten zich niet. Zij dienen bij de burgemeesters een verzoek in om hun bezittingen te gelde te mogen maken als voorbereiding op hun toekomstige ballingschap. Op 27 april vertrekt ook de Grote Geus, Hendrik van Brederode, met geleend geld van het stadsbestuur, dat op haar beurt het geld leent van een aantal aanhangers van het nieuwe geloof. Nadat de centrale regering de orde gewapenderhand heeft hersteld, stuurt Filips II de hertog van Alva naar Nederland. |
|