GOOR De geur van 500 varkensblazen samengepakt in twee tonnen is aan het begin van de avond nog nauwelijks waarneembaar. De voorbereidingen voor het traditionele foekepotten op 31 december zijn gisteravond begonnen in de voormalige Laarschool. Hennie Kimmels prutst aan de geiser. Want de hele avond in steenkoud water de urine uit de blazen drukken en bloed afvegen, dat houdt niemand vol. Gerrit Keuzink schiet te hulp. |
„De warmwaterknop was aan de binnenkant kapot.”Het werk kan beginnen. De wasbak loopt vol. De tien vrijwilligers halen scharen tevoorschijn en knippen overtollig vlees weg waarna zij de blaas legen in het water. Langzamerhand stijgt een lucht op die het meest doet denken aan behanglijm.Wanneer de blazen schoon zijn pompt Hennie Kimmels ze op met een compressor en knoopt Ellen Hoek een touwtje om de blaasuitgang. Een vrijwilliger verzamelt de ballonnen en hangt ze op in een container die buiten voor de deur staat. „Tot 28 december moeten ze drogen”, legt Ellen Hoek uit. „Dan zijn ze net perkament, prima geschikt om er het typische foekepot geluid mee te maken.” |
Haar vader, Edu Hoek, houdt een oogje in het zeil. Hij tikte de 500 varkensblazen op de kop bij een grote slachterij in Helmond. „Het lijkt wel of varkensblazen elk jaar moeilijker te krijgen zijn”, klaagt hij. „Ze moeten wel vers zijn, he!”Edu Hoek liep al als kind met het foekepotten mee, na Sinterklaas misschien wel de leukste jaarlijkse traditie in Goor. „Alle kinderen weten dat je aan de deur geld krijgt als je genoeg kabaal maakt. Ze lopen mee met het muziekkorps van Apollo. Maar sommigen gaan langer door.” |
Het foekepotten gebeurt om de boze geesten te verjagen, zo wil de overlevering. De blaas is over een bloempot gespannen. In de blaas is een gaatje gemaakt waaruit een stokje steekt. Als iemand met natte handen het stokje draait ontstaat het typische ‘foeke foeke’ geluid. Ondertussen verandert de geur in de dependance van De Reggehof steeds meer in een ammoniaklucht. „Als je bier drinkt heb je daar minder last van”, geeft één van de vrijwilligers een hint. „Dit valt nog mee”, zegt Ellen Hoek. „Een paar jaar geleden was de lucht zo sterk dat de vrijwilligers halverwege stopten, zo enorm stonk het.” (Foto's Marcel Tettero) |