In 1998 is een 2400 kilometer lange Oranjeroute uitgestippeld langs plaatsen in Duitsland en Nederland die herinneren aan het Nederlandse vorstenhuis en zijn voorgeslacht. Vorig jaar is er een fietsroute aan toegevoegd langs steden in de regio rond Nassau en de Dillenburg. Het is een van de talrijke fiets- en wandelroutes in deze streek.
De tocht voert van kasteel naar kasteel, langs het middeleeuws aandoende stadje Runkel, door een afwisselend, heuvelachtig landschap, waarin onder meer de geboorteplaatsen van Willem van Oranje, Amalia van Solms en koningin Emma liggen. Fietsers die de gehele route (zo’n 400 kilometer) op twee wielen willen afleggen, moeten rekening houden met etappes die steil oplopen en met niet-ongevaarlijke afdalingen. Grote delen van de route lopen door de natuur, maar er zijn ook stukken langs vrij drukke wegen.
De route heeft twee doelgroepen op het oog: cultuurliefhebbers (maar die zitten misschien niet op een uitputtende fietstocht te wachten) en sportievelingen (maar die dwalen misschien niet graag uren in een kasteel rond). Combinaties van fiets, auto en openbaar vervoer zijn in elk geval ook mogelijk.
De fietsroute kan besteld worden bij het Duits Verkeersbureau in Amsterdam (020-6978066 en duitsland@d-z-t.com). |
Knalgele toren herinnert aan strijd Willem van Oranje
Het park van Freudenberg biedt een riant uitzicht over het oude centrum van de stad, die gaaf bewaard is gebleven: straten vol vakwerkhuizen. Dat is een klim van 123 treden meer dan waard. De enige ontsierende nieuwbouw is een hotel aan de horizon. In dit plaatsje zetelden de graven Van Nassau ooit, net als in het iets verderop gelegen Hilchenbach.
Freudenberg beschermt dit unieke stadsgezicht. Vanbinnen zijn de huizen gemoderniseerd, vanbuiten moeten ze hetzelfde blijven. Vakwerkhuizen, zoals ze in veel Duitse plaatsen voorkomen, bestaan doorgaans uit een houten geraamte - het vakwerk. Daarvan zijn de tussenliggende ruimten opgevuld met vlechtwerk van wilg, eik, vuilboom of hazelnoot en bestreken met een mengsel van stro en leem.
Aan de rand van de stadskern staat de kerktoren. Die vormt het enige restant van de burcht die hier vroeger stond. In dit kasteel spraken diplomaten op 2 april 1568 over de hulp die Willem van Oranje zou kunnen leveren aan de vrijheidsstrijd in de Nederlanden.
In die tijd regeerde Willems broer, Jan van Nassau, hier. Terwijl Willem van Oranje de bezittingen van zijn vader in Frankrijk en de Nederlanden had aanvaard, kreeg Jan het bewind over Nassau-Diez.
Jan de Oude
Jan van Nassau heette eigenlijk Jan VI en werd ook wel Jan de Oude genoemd. Hij is drie keer getrouwd geweest en kreeg 24 kinderen, van wie er 16 de volwassen leeftijd bereikten.
Nadat zijn drie jongere broers, Lodewijk, Adolf en Hendrik, tijdens de vrijheidsstrijd in de Nederlanden waren gesneuveld, was Jan de enige eigenaar van het Duitse stamland.
Jan de Oude deed veel om de welvaart van zijn onderdanen te vergroten. Maar liefst 175 verordeningen vaardigde hij uit om bestuur, rechtspraak en economie te verbeteren. Hij stichtte volksscholen voor jongens, bijzondere scholen voor meisjes en in Herborn ook een hogeschool.
Vol overtuiging voerde hij de calvinistische godsdienst in, zoals hij dat ook tijdens zijn stadhouderschap in Gelre (Gelderland) deed.
Op de Dillenburg bood Jan zijn broer Willem niet alleen een schuilplaats tegen de Spaanse vervolging, maar hij stond hem ook met raad en daad terzijde.
 Hilchenbach
Zo’n 25 kilometer naar het noordoosten ligt het plaatsje Hilchenbach; ook een onderdeel van de Oranjeroute. De toren, hoog op de berg bij Hilchenbach, is geel. Knalgeel. Het is een schamele vervanging van de burcht die ooit onderdak bood aan het grafelijke geslacht Nassau. Van hieruit werden pogingen ondernomen de Nederlanden van het Spaanse bewind te bevrijden.
Hilchenbach ligt in Siegerland, niet ver van de plaats waar de rivieren Sieg, Eder en Lahn ontspringen. Siegerland-Wittgenstein ligt bij het ’drielandenpunt’ van de Duitse deelstaten Noordrijn-Westfalen, Hessen en Rijnland-Palts.
De gemeente Hilchenbach (met 17.000 inwoners op ruim 80 vierkante kilometer) ontstond in 1969 door de samenvoeging van Hilchenbach met elf omliggende dorpen. De naam is al veel ouder: gravin Agnes van Nassau repte in 1292 in een oorkonde over Heylichinbach. De stadsrechten werden pas in 1687 verleend.
Vanuit twee kastelen bij Hilchenbach, de Wilhelmsburg en de Ginsburg, werd de grens van het graafschap Nassau bewaakt. Op de plaats van de Wilhelmsburg staat nu een landhuis, waar sinds 1982 het stadsmuseum en -archief is gevestigd.
Vrede
Een voetpad voert omhoog naar de knalgele toren op de ruïne van de Ginsburg die op 31 augustus 1968 werd geopend. Een houten brug biedt toegang tot de restanten van het kasteel.
In 1520 werden bij de Ginsburg drie tovenaressen verbrand. Tegenwoordig gaat het er kalmer aan toe: al 25 jaar houden jongeren uit heel Europa hier vredesconferenties.
In de Oranjezaal in de toren hangen portretten en de stamboom van het huis van Oranje-Nassau, zoals ze ook in de andere kastelen in de streek te zien zijn. ”Je maintaindrai Nassau”, staat er op een plaat van bijpassend materiaal: staal.
Het oorspronkelijke slot dateerde van omstreeks de elfde eeuw. Hier kwam Willem van Oranje op 11 april 1568 voor overleg over de strijd in de Nederlanden. Hij verpandde privébezittingen om de soldij te kunnen betalen.
Met een terreinwagen gaat het al hobbelend naar een hoog plateau, de Ginsberger Heide. Hier verzamelde Willems broer Lodewijk een leger om op te trekken naar de Nederlanden. Hij won de Slag bij Heiligerlee, maar het gevecht kostte zijn broer Adolf het leven. Niet veel later hakten de Spanjaarden de Nassause troepen in de pan. Lodewijk was een van de weinigen die, zwemmend over de Eems, ontkwam. De Ginsberger Heide is de een locatie van sportwedstrijden en het grootste openluchtfestival van Duitsland.
In verval
In 1572 was Willem weer op de Dillenburg en de Ginsburg. Opnieuw verzamelde hij een leger en stak de Rijn over, naar de Nederlanden, waar de Geuzen Den Briel hadden genomen. Willem schreef aan zijn broer Jan van Nassau dat hij in Nederland zijn graf zou vinden, het land waar hij de vrijheidsstrijd leidde. En zo is het gebeurd.
In de periode 1592-1642 was de Ginsburg residentie van de graven Van Nassau-Siegen. Door geldgebrek kon de Ginsburg niet meer worden onderhouden. Het slot raakte in verval. Er bleef weinig meer van over dan een ruïne. Met daarop een toren, die behalve kaal vooral erg geel is. Knalgeel.
Dit is de zesde en laatste aflevering in een serie over de Oranjefietsroute in en rond het Duitse graafschap Nassau.
Rooms woonde boven, protestants beneden
Hoog torent de burcht van Siegen boven de stad uit. Het middeleeuwse slot is de bakermat van het Huis van Nassau. Onder de gewelven hangen de bekende portretten van de prinsen Frederik Hendrik, Willem II en Willem III. Onder aan de slotheuvel gonst het stadsrumoer.De Oranjefietsroute tussen de Duitse stadjes Dillenburg en Siegen voert door bossen, langs snelstromende beken, door heuvelachtige dorpjes en tussen golvende graanvelden door. Sommige gedeelten eisen veel van de spieren, andere veel van de remmen. In Siegen zelf gaan de straatjes zo steil omhoog dat de benenwagen het geschiktste vervoermiddel blijkt.
Siegen ligt aan weerszijden van de Sieg, een zijrivier van de Rijn. Eeuwenlang domineerde de ijzerertswinning het gebied. Zo’n veertig jaar geleden kwam er aan de dominantie van de mijnbouw een eind. In de omgeving van Siegen is er wel veel industrie die nog op de een of andere manier verbonden is met de mijnbouw. Maar er is ook volop natuur; 65 procent van het gebied bestaat uit bossen.
Otto en Walram
Oranje domineert in de bloemperken rond de burcht. Vanaf het slot is er een weids uitzicht over de stad, die 105.000 inwoners telt. De snelweg slingert zich langs de bergrand.
Siegen kreeg in 1224 stadsrechten. Landsheren waren de graven van Nassau. Graaf Otto I van Nassau-Siegen (overleden rond 1290) wordt als stamvader van de huizen van Nassau en Oranje beschouwd. Later onderzoek heeft uitgewezen dat zijn ouders als beheerders naar Siegen kwamen, in opdracht van de aartsbisschop van Mainz. Zodoende is de stamboom nog twee eeuwen verder terug te herleiden: op graaf Rupert van Siegen, die rond 1080 leefde.
In 1255 werden de bezittingen verdeeld onder de beide zonen van graaf Hendrik de Rijke, Walram en Otto. Walram kreeg het gebied ten zuiden van de rivier de Lahn, Otto het noordelijke deel.
Uit de Walramse tak kwam de huidige groothertogelijke familie van Luxemburg voort. De (later protestantse) Ottoonse tak regeerde in Siegen en Dillenburg en verwierf bezittingen in de Nederlanden, het graafschap Vianden in Luxemburg en het prinsdom Orange in Zuid-Frankrijk. Van deze tak stamt de Nederlandse koninklijke familie af. Toen die in 1890 geen mannelijke vorst kon ’leveren’, wendde Luxemburg zich tot de Walramse tak.
 Kruidentuin
In Siegen hertrouwde graaf Willem de Rijke in 1531 met Juliana van Stolberg, een weduwe van 25 jaar. Ze vestigden zich op de Dillenburg. Willems wapen, in zandsteen gebeiteld, is in het slot in Siegen nog steeds te zien. Juliana had zowel op de Dillenburg als bij het slot van Siegen een kruidentuin. Ze gaf kruidendrankjes weg aan armen die er behoefte aan hadden. CDU-gemeenteraadslid Brigitte Edgar, die rondleidingen verzorgt, nam het initiatief opnieuw een kruidentuintje in het sfeervolle park rond het kasteel van Siegen aan te leggen.
In de zeshoekige Nikolaikerk, waar Willem van Oranje regelmatig diensten bijwoonde, bevindt zich de grafkapel van de graven van Nassau-Siegen. In de massief zilveren doopschaal is het wapen van een van de telgen uit dit geslacht afgebeeld: Johan Maurits, gouverneur van Brazilië. De 5 kilo zware schaal is waarschijnlijk door de Inca’s in Zuid-Amerika vervaardigd en vervolgens in Afrika terechtgekomen als ruilobject voor geleverde slaven. Met water uit deze schaal worden sinds 400 jaar kinderen gedoopt. Een van de dopelingen was Willem Lodewijk, later bekend als stadhouder van Friesland.
Bezoek uit Nederland
Vanaf 1623 woonde de roomse vorst in het bovenste kasteel in de stad Siegen, de protestantse tak van de familie in het benedenslot, op de plek waar eens een fransiscaner klooster stond.
De latere koning Willem I logeerde in 1789 in het benedenslot. Dertien jaar later wandelde hij opnieuw door de stad en bezocht ook het bovenslot weer, ditmaal samen met zijn vader, prins Willem V, die inmiddels uit de Nederlanden was verdreven.
Toen Willem I koning was geworden, voerden de Siegense overheidsorganen de titel ”koninklijk Nederlands vorstelijk Oranje-Nassaus”. Dat duurde maar enkele maanden, want toen moest het Oranjehuis het gebied Nassau afstaan aan Pruisen.
Rubens
De tweede vrouw van Willem van Oranje, Anna van Saksen, woonde enkele jaren in het bovenslot. Uit een buitenechtelijke relatie met de Antwerpse advocaat Jan Rubens werd in 1571 een dochter geboren. Willem van Oranje liet Rubens daarom op de Dillenburg gevangenzetten. De put waarin hij volgens de overlevering verbleef, is er nog te zien. Rubens werd ter dood veroordeeld, maar na dringende verzoeken van zijn -wettige- vrouw vrijgelaten.
In 1577 werd in Siegen hun zoon Peter Paul geboren, die een beroemd barokschilder werd. In het Siegerlandmuseum in het bovenslot aan de Haus Oranienstrasse bevindt zich een aantal originele werken van Peter Paul Rubens. Er is ook een portrettenverzameling van de vorstenhuizen van Nassau en Oranje te zien.
Amalia van Solms stapt in de auto
Vier poorten staan er voor het kasteel in het Duitse stadje Braunfels. Wie de eerste had veroverd, had er nog drie te gaan. Wie anno 2008 eenmaal binnen is, ín het kasteel, krijgt… pantoffels. Braunfels telt 11.000 inwoners en noteert jaarlijks 57.000 toeristische overnachtingen. De gasten komen op de natuur, de historie en de schone lucht af.
Een kasteel met schilderachtige torens, kantelen en erkers rijst majesteitelijk op in het hart van het romantische oude stadje. Hier bracht de vrouw van prins Frederik Hendrik, zoon van Willem van Oranje, haar jeugd door.
Het slot in Braunfels houdt zijn roemrijke verleden niet voor zichzelf. De ridderzaal, de kerk en het familiemuseum zijn het hele jaar voor bezoekers geopend. Ze kunnen er vele uren doorbrengen te midden van de meubel-, schilderij- en wapenverzamelingen. In de ridderzaal wachten grote pantoffels, zodat de schoenen de parketvloer niet beschadigen. Ook een torenbeklimming -zonder pantoffels- is mogelijk.
Gereformeerd Een vrouw speelt Amalia van Solms (1602-1675), geboren in de vorstelijke familie die sinds de dertiende eeuw op slot Braunfels woont. Ze vertelt het verhaal van haar familie, van de verwanten op de schilderijen om haar heen.
Graaf Conrad van Solms-Braunfels (getrouwd met Elisabeth van Nassau-Dillenburg) voerde in 1582 in zijn graafschap de gereformeerde belijdenis in. Nog altijd worden de leden van dit vorstelijke geslacht na hun overlijden in de slotkerk bijgezet.
 Amalia’s vader, graaf Johan Albrecht II van Solms-Braunfels (1563-1623), was als groothofmeester en staatsminister in dienst van keurvorst Frederik IV en vanaf 1610 van keurvorst Frederik V van de Palts. De laatste moest in 1620 vluchten voor de Spanjaarden en koos Holland als toevluchtsoord. Johan Albrecht II volgde hem en nam zijn hele familie mee. Machteloos hoorde hij het bericht aan dat Spaanse troepen zijn slot in Braunfels bezet hadden.
Vorstelijke huwelijken In de Nederlanden trouwde dochter Amalia met stadhouder Frederik Hendrik, die achttien jaar ouder was dan zij. Samen gaven ze opdracht voor de bouw van Paleis Huis ten Bosch, het huidige woonpaleis van koningin Beatrix.
Voor haar dochters regelde Amalia een vorstelijk huwelijk in Duitsland. Zo trouwde Louise Henriëtte met Frederik Willem van Brandenburg; hun zoon werd de eerste koning van Pruisen.
Amalia’s dochter Albertine Agnes trouwde met de graaf van Nassau-Diez. Zij zijn de stamouders van het Nederlandse koningshuis. Ook van Amalia, de dochter van prins Willem-Alexander.
Amalia-van-vroeger spoedt zich door de regen naar haar auto. Als ze schielijk instapt, vergeet ze bijna haar historische gewaad binnenboord te trekken voordat de deur dichtklapt.
Roomse godsdienst keerde terug op de Dillenburg
Als een machtige burcht stond slot Dillenburg op een van de bergen in het Duitse graafschap Hessen. Tot de Fransen tijdens de Zevenjarige Oorlog in 1760 het land binnenrukten en de Dillenburg vanaf de overkant van het dal met gloeiende kogels beschoten. De kogels kwamen terecht in de hooimijten en paardenstallen, waarna het kasteelcomplex afbrandde. De route van Braunfels naar Dillenburg is 40 kilometer lang en voert onder meer langs Herborn, een fraai middeleeuws stadje waar leisteen niet alleen op de daken, maar ook op de muren is gebruikt.
Aan het einde van de tocht ligt Dillenburg. Het stadje telt een kleine 25.000 inwoners. Het dankte zijn welstand lange tijd aan de mijnbouw, hoogovens, tabaks- en leerindustrie. Er waren ook veel overheidsinstellingen gevestigd.
De streek staat bekend als kerks. Behoudende groepen zijn er sterk vertegenwoordigd en vestigden in Dillenburg ook een christelijke uitgeverij/boekhandel. Volgens de mensen in de Dillstreek staat het geestelijk klimaat niet los van het calvinistische stempel dat Jan van Nassau, broer van Willem van Oranje, eeuwen geleden op de streek drukte. De rooms-katholieke godsdienst werd destijds uit het kasteel geweerd.
Wat dat betreft voer stadhouder prins Willem V later een andere koers: hij gaf het kleine aantal rooms-katholieken en luthersen in het stadje aan de Dill toestemming diensten te houden in een overgebleven ruimte van het slot, de oranjerie. Zo keerde de rooms-katholieke godsdienst terug op de Dillenburg.
Loden kisten Willem van Oranje werd in het slot hoog boven de stad geboren en ten doop gehouden. Aan de voet van de berg staat de Johanniskerk. Het grafelijke huis had zijn eigen ingang en galerij in het kerkgebouw.
De kerk (uit 1491) is begin vorige eeuw met steun van koningin Wilhelmina en de Duitse keizer gerestaureerd. Van beiden ging het voorgeslacht hier naar de kerk. In een kleine zijkapel staan vier grote, loden kisten. Vier slotbewoners zijn daar bijgezet. Het zijn nazaten van Jan van Nassau. Een plaquette geeft aan dat Jan zelf met zijn beide ouders onder het hoger gelegen koor van de kerk is begraven.
Op de zolder van de kerk stichtte Jan destijds een Latijnse school, die daar meer dan 200 jaar was gehuisvest. Daaruit ontstond het huidige Dillenburgse gymnasium, de Wilhelm-von-Oranien-Schule.
Ook Willem van Oranje kwam meerdere keren in de Johanniskerk, onder andere bij de doop van zijn zoon Maurits. In 1510 was hij met zijn eerste vrouw aanwezig bij de ingebruikneming van de bronzen klok. Die klok, bijna 500 jaar oud, luidt nog dagelijks om 12.00 en 19.00 uur.
 Droge gracht Stadshistoricus Schmidt woont in het vakwerkhuis achter de kerk, gebouwd in 1533. Tot 1905 deed de woning dienst als pastorie. Via de trap achter de kerk voert Schmidt bezoekers omhoog, langs een honderden meters lange verdedigingsmuur, naar de restanten van het kasteel. Ooit troonde hier boven op de 292 meter hoge stadsberg het machtige slot Dillenburg.
Hier werd Willem van Oranje in 1533 geboren, gevolgd door zijn broers Lodewijk, Adolf en Hendrik. Hier leefde Juliana van Stolberg, moeder van zeventien kinderen, later mee met de strijd van haar zoons voor de vrijheid van de Nederlanden, want Willem van Oranje had zich voorgenomen „syn uiterste best te doen, om dit Spaensche gespuys uut den lande te helpen verjaghen”, maar moest in die strijd veel teleurstellingen incasseren. In het voorjaar van 1567 keerde hij als balling terug naar het slot, nadat hij Antwerpen moest verlaten. In de Nederlanden begon Alva een waar schrikbewind. Voor de protestanten waren het bange tijden.
De voettocht voert langs de Willemslinde, de boom waaronder Willem van Oranje op 14 april 1568 een delegatie uit de Nederlanden ontving die hem vroeg te helpen in de vrijheidsstrijd. De machtige boom van nu is overigens maar een stek van de oude linde die hier destijds stond.
Leeuwenkuil Dillenburg was een van de best versterkte vestingen in Duitsland en gold als niet-veroverbaar. Maar tegen vuur was het kasteel niet bestand. Na de verwoesting in 1760 werden de restanten van de burcht op aandringen van de bevolking gesloopt, uit angst voor een nieuwe aanval. Alleen het stokhuis (vroeger een gevangenis met folterkamers) staat er nog.
De ondergrondse weergangen (kazematten) zijn te bezoeken, evenals de toren (Wilhelmsturm) die er in de jaren 1872-1875 werd neergezet en die nu plaats biedt aan een Oranje- en een stadsmuseum. De toren is grotendeels betaald door prinses Marianne, dochter van koning Willem I.
In de toren reiken 114 treden naar nog hoger. Halverwege de trap volgt via een videoanimatie een rondleiding langs de vroegere kasteelgebouwen.
Alle teksten in de toren zijn zowel in het Duits als in het Nederlands aangebracht. „Er komen hier veel calvinisten uit Nederland”, zegt historicus Schmidt.
Vanaf de toren is er een groots uitzicht over Dillenburg en de omringende heuvels. Binnen herinneren fotopanelen aan de bezoeken van koningin Juliana (1971) en van haar dochter Beatrix, die in 2000 een beeld van Willem van Oranje onthulde.
In de kazematten onder de toren druipt het water van het plafond. Hier bevindt zich de put die de kasteelbewoners van drinkwater voorzag. Het kwam van heel diep: het water dat Schmidt naar beneden gooit, is een tijd onderweg voordat het 62 meter dieper het water onderin de put raakt. Verder is er ook een leeuwenkuil: tweemaal verbleef er een leeuw, onder meer toen Anna van Saksen, de vrouw van Willem van Oranje, zo’n dier als huwelijksgeschenk had ontvangen.
Albertine Agnes stelde kerkbezoek in Diez verplicht
Slot Oranienstein is op een steile kalkrots gebouwd. Vanaf een terras aan de achterzijde is ver in de diepte de rivier de Lahn te zien. Hoe vaak zal Albertine Agnes, een van de dochters van prins Frederik Hendrik, hier gestaan hebben? De Oranjefietsroute langs plaatsen in Duitsland waar het voorgeslacht van de Nederlandse koninklijke familie woonde, gaat na de burcht Nassau in de gelijknamige plaats steil omhoog. De afdaling verloopt even later heel wat sneller.
Kilometersver slingert het fietspad zich langs de rivier de Lahn. Diez komt in zicht. De stad is van ver te herkennen aan het markante grafelijke slot uit de elfde eeuw, dat hoog boven de historische huisjes uittorent. In dit slot met zijn dikke muren woonden de vorsten van Nassau-Diez-Oranje. De mannen waren vaak afwezig, want ze hadden hun handen vol aan het stadhouderschap van Friesland, en later van alle Nederlanden. Daarom regeerden vooral de vrouwen in Nassau-Diez.
In het slot is sinds 2006 een jeugdherberg gevestigd en opende in oktober 2007 een museum voor stads- en streekhistorie de deuren.
Comfortabeler Ten noorden van Diez ligt Oranienstein, een van de stamsloten van het Nederlandse koningshuis. In de hal van het slot prijken foto’s van het bezoek van koningin Juliana aan Oranienstein op 27 oktober 1971, portretten van koningin Beatrix en prins Claus, van prins Willem-Alexander en prinses Máxima. En de stamboom van het Oranjehuis, zoals die in meerdere kastelen in dit gebied te zien is.
Het slot werd in de jaren 1672-1684 in opdracht van gravin Albertine Agnes gebouwd op de ruïnes van een benedictijns nonnenklooster. Albertine Agnes was toen, na de dood van haar man, regentes, ook in Friesland.
Meestal was de vorstin in de Nederlanden, maar als ze in Diez was, wilde ze eigenlijk een comfortabeler onderkomen dan het middeleeuwse kasteel. Daarom besloot ze tot de bouw van een nieuw slot bij de rivier. Ze betaalde 8384 rijksdaalders toen ze de vroegere kloostergoederen in 1676 aankocht.
De halfronde oosttoren van het slot staat op de fundamenten van het klooster. Vanwege de symmetrie is er vervolgens ook een westtoren bijgebouwd. Albertine Agnes vernoemde het slot naar Willem van Oranje, zoals haar zusters dat met de kastelen Oranienburg bij Berlijn, Oranienbaum bij Dessau en Oranienhof bij Kreuznach hadden gedaan.
Voor een protestantse kerk bevat de kapel ongewoon veel afbeeldingen. De wand- en plafondschilderingen zijn van de Nederlander Jan van Dyck. Op het plafond zijn het laatste avondmaal en de uitstorting van de Heilige Geest afgebeeld. De kapel wordt nog wekelijks voor kerkdiensten gebruikt. De vroegere molen, beneden bij de rivier, doet dienst als restaurant.
 Verplicht kerkbezoek De bevolking van de streek rond Diez leefde ruw en onverschillig, ook als gevolg van de Dertigjarige Oorlog. Albertine Agnes pakte die situatie rigoureus aan: ze verbood danspartijen, drinkgelagen, het ’s nachts op straat rondzwerven en het folteren en verbranden van vermeende heksen. Straten moesten voortaan wekelijks worden schoongemaakt en de mesthopen voor de huizen moesten worden verwijderd. Albertine Agnes verplichtte de inwoners tot het trouw bezoeken van de kerkdiensten, zowel ’s zondags als doordeweeks. Ze stelde een dokter aan en zorgde voor een gratis apotheek.
Haar schoondochter vorstin Henriëtte Amalia van Anhalt-Dessau liet Oranienstein tussen 1704 en 1709 verbouwen tot het barokpaleis zoals dat nu te bezichtigen is. Henriëtte Amalia ligt in de kloosterkerk van Diez begraven.
Ballingen Prins Willem V -de afgezette stadhouder- en zijn vrouw woonden ook enige tijd op slot Oranienstein. Dat was van 1801 tot 1806. Dit was de periode nadat ze eerst zes jaar als ballingen in Engeland verbleven. De prins overleed in 1806 tijdens een bezoek aan zijn dochter in Braunschweig. Daar werd hij begraven, en pas in 1958 is de kist overgebracht naar de koninklijke grafkelder in Delft.
Toen zijn zoon Willem VI (de latere koning Willem I) weigerde tot de Rijnbond toe te treden, waarmee zestien Duitse staten zich aan Napoleon verbonden, nam de Franse keizer hem zijn bezittingen af. De prins verloor daarmee Oranienstein. Willem vertrok met zijn familie naar een zwager in Berlijn. Napoleon liet de inventaris van Oranienstein in 1811 per opbod verkopen.
Nadat de keizer verslagen was, ontving Willem door de besluiten van het Wener Congres het groothertogdom Luxemburg. Zijn stamland Nassau moest hij echter aan de koning van Pruisen afstaan.
Kadetten Vanaf 1868 deed Oranienstein dienst als kadettenschool. Voor de leraren werden er huizen bij het slot gebouwd. Nadat Duitsland de Eerste Wereldoorlog verloor, nam het Franse bezettingsleger het slot in 1919 in gebruik. Pas tien jaar later werd het, mede door Nederlandse invloed, weer aan de Duitsers overgedragen. De nationaalsocialisten vestigden er in 1934 een politiek vormingsinstituut. Zij verdrongen het Nassause museum uit het gebouw. Dat gebeurde in mei 1940, symbolisch voor de verdringing van het Nassause vorstenhuis uit Nederland in diezelfde maand.
In 1945 herhaalde de geschiedenis zich: na de Duitse nederlaag trokken Franse militairen in het kasteel. Later besloot de Duitse Bondsrepubliek tot een grondige renovatie van het monument. Op 23 mei 1962 werd het gebouw aan het leger overgedragen. Tegelijkertijd ging het Oranje-Nassaumuseum open, op de plaats van de vroegere kloosterkerk.
Burcht bij Nassau biedt uitzicht op gele worm
Als het regent, wordt het riviertje in Nassau geel. Hevige regenval heeft zo veel zand meegevoerd dat de beek van bovenaf gezien op een gele worm lijkt die met scherpe bochten door het stadje slingert. Burgemeester Rau is vooropgegaan tijdens de beklimming van de burchttoren van Nassau, 93 treden naar omhoog. Boven wacht tussen de kantelen door een weids uitzicht over een van de Duitse stadjes waar de wortels van het Nederlandse koningshuis liggen. De toren is ook letterlijk een hoogtepunt in de Oranje(fiets)route. De stamboom van de koninklijke familie staat in de ridderzaal achter de toren op de muur geschilderd.
Van burcht naar burcht De oudste herinnering aan het grafelijke geslacht van Nassau is een ruïne in Laurenburg, even verderop. Daar bouwde een zekere Dudo rond 800 een burcht. Hij noemde zich Dudo von Laurenburg. Er loopt geen gebaand pad naar boven, zodat een avontuurlijke klauterpartij nodig is om de burcht te bereiken.
Rond 1120 bouwden Ruprecht en Arnold van Laurenburg in Nassau een kasteel, ook alweer hoog op een berg. Voortaan noemden ze zich graven van Nassau. Ondertussen waren ze in een jarenlang conflict met het bisdom Worms gewikkeld, dat ook aanspraken op het gebied maakte.
Halverwege de dertiende eeuw volgde weer een verhuizing: het grafelijke geslacht ging naar Dillenburg. Daar werden later Willem van Oranje en zijn broers geboren.
Nassau bleef een deel van de familienaam, maar dat was voor de inwoners een schrale troost: de burcht bij hun stadje kwam leeg te staan en raakte in verval. Aan de hand van oude gravures zijn gedeelten van het kasteel, zoals de donjon en de ridderzaal, een jaar of dertig geleden opnieuw opgebouwd. De toren is gratis toegankelijk. In de ridderzaal -nu restaurant- wacht een vorstelijke maaltijd.
De connecties tussen het huis van Nassau-Dillenburg en Nederland werden al vroeg gelegd. In 1331 trouwde graaf Otto II met Adelheid van Vianden. Vanaf dat moment was de graafschap Vianden, gelegen in het huidige groothertogdom Luxemburg, samen met andere Nederlandse bezittingen eigendom van het vorstenhuis Nassau. Door handige huwelijkspolitiek verwierven de Nassauers steeds meer rijke bezittingen buiten de Duitse stamlanden.
Heksen De burcht is niet de enige bezienswaardigheid in Nassau. Er is een evangelische kerk waarvan gedeelten uit de tiende eeuw stammen. Een opvallende verschijning is de kettingbrug over de rivier de Lahn, destijds -begin negentiende eeuw- een novum in Duitsland. De ruim 200 kilometer lange Lahn kronkelt door het Wittgensteiner Bergland richting de Rijn.
Niet ver daarvandaan staat de Graue Turm, restant van de vijftiende-eeuwse verdedigingswerken. Hier werden in de middeleeuwen van hekserij verdachte vrouwen verhoord, gefolterd en ter dood gebracht.
Het Steinsche Schloss in het hart van de stad was het geboortehuis van Freiherr Heinrich Friedrich vom und zum Stein, door wiens toedoen begin negentiende eeuw het boerenlijfeigenschap werd opgeheven.
Stadsrechten Nassau werd tijdens de Tweede Wereldoorlog meerdere keren gebombardeerd. Van de historische panden die verwoest werden, zijn er verscheidene herbouwd, zoals het voormalige raadhuis Adelsheimer Hof uit 1609, een pand met fraai houtsnijwerk.
Evenals andere plaatsen in de omgeving doet Nassau dienst als luchtkuuroord. Ook vanwege de tochten op de Lahn per kano, vlot of rondvaartboot is de streek populair.
Karel IV schonk Nassau in 1348 stadsrechten. Andere plaatsen met deze naam moeten het zonder die rechten doen: er is een Nassau in Amerika, in Australië en ook de hoofdstad van de Bahama’s draagt deze naam. |