Home

Van der Capellen verjaagt Maarten Schenk bij Doetinchem
1578
Geus raakt zwaar gewond bij moordaanslag

Een bijzondere staat van dienst voor de Opstand in de Lage Landen heeft Gerlach van der Capellen. Hij verjaagt houwdegen Maarten Schenk die met zijn huursoldaten Doetinchem belegert. Gerlach van der Capellen is rechtsgeleerde, maar hij bewapent Gelderse en Overijsselse steden tegen de Spaanse koning.

Zijn schoonouders zijn Alexander of Sander Schimmelpenninck van der Oye, heer van den Engelenburg bij Brummen (1510 Zutphen - 1559) en van Agnes van Twickelo (1510 Delden - 1577). Agnes van Twickelo is dochter van Engelbert en Johanna van Langen.

Wapen Van der Capellen
Boedelhof in Eefde bij Warnsveld

Gerlach van der Capellen is heer van Rijsselt en vanaf 1601 van kasteel Boedelhoff (Bodolf, Bodelof en Boedeloff). Spanjaarden verwoesten het kasteel in of rond 1621 (Stentor). Gerlach is geboren in Zutphen op 25 oktober 1543 en overlijdt in Arnhem op 22 september 1625. Gerlach is zoon van Hendrik en van Judith Slindewater.

Hij studeert rechten in Keulen en Bourges in Frankrijk, onder meer bij de vermaarde Jacobus Cuicius (Kautz).

Links: Alleen een bijgebouw rest van de havezate Boedelhof in Eefde bij Warnsveld.

Gerlach van der Capellen studeert theologie bij Theodore Beza (1519-1605) in Genève en hij bezoekt de universiteiten in Bazel, Heidelberg en Rome (bron: hertog van Alva) en hij reist door Italië.

Terug in Nederland sluit hij zich aan bij de opstandelingen. In zijn geboorteplaats Zutphen is hij bijzonder gezien. In 1578 krijgt hij het bevel over burgersoldaten. Met hulp van bewoners van Deventer en een afdeling Staats krijgsvolk verjaagt hij overste Maarten Schenk die de stad Doetinchem belegert.

Rechts: Theoloog Theodore Beza.

Theoloog Theodore Beza
Unie van Utrecht

Hij wordt in 1580 lid van de raad in het Hof van Gelder. De ridderschap van Zutphen wijst hem in hetzelfde jaar aan als afvaardiger bij de nadere Unie van Utrecht. Hij woont ook in dat jaar de bijeenkomst in Kampen bij waar Willem van Oranje spreekt over de afval (het verraad) van stadhouder Rennenberg.

Links: Een jaar na de oprichting van de Unie van Utrecht wordt Gerlach van der Capellen afgevaardigde namens de ridderschap van Zutphen.

 

Gerlach van der Capellen brengt twee regimenten binnen de vestingmuren van Steenwijk. Hij zorgt er ook voor dat John Norris (Norritz) geld en krijgsbehoeften in de bedreigde veste aflevert. Met burgervendels uit Deventer, Kampen, Harderwijk en Elburg verovert hij het kasteel van Hattem (Foto rechts, muren van Hattem bij Zwolle) op de Spaanse soldaten. Ook voorziet hij de vestingen in de graafschap Zutphen van de nodige munitie en voedsel.

Hij waarschuwt het bestuur van zijn geboortestad Zutphen voor aanslagen van de vijand. Toch gaat het mis. Tassis overrompelt de stad na verraad en gebrek aan goede wachtposten in 1583.

De veroveraars vernielen veel in Zutphen. Het huis van Gerlach van der Capellen breken zij tot de grond toe af en zijn goederen nemen zij in beslag. Wanneer de stad zich in 1585 zich met de koning verzoent wordt Gerlach van der Capellen van de zoen uitgesloten.

Restant van verdedigingsmuur van Hattem bij Zwolle

Boven: Gerlach van der Capellen verovert het kasteel Hattem bij Zwolle.

Veroveringen van Maurits

Boven: Prins Maurits verovert een groot gedeelte van de Lage Landen in Oost-Nederland.

Stadhouder Adolf van Nieuwenaar (Neuenahr) en Meurs van Gelderland bij wie hij hoog in achting staat stuurt hem in 1586 naar Amsterdam om over de zeezaken te praten. Leicester heeft enige admiraliteitscolleges in Hoorn, Rotterdam en Veere ingesteld en hij benoemt Gerlach in het college van Amsterdam. Gerlach ontdekt snel dat Leicester niet in alles te vertrouwen is. Hij komt zelfs in conflict met de landvoogd maar de geestelijkheid, die op de hand van Leicester is, bemoeilijkt hem vooral in Zeeland een wakend oog te houden. Johan van Arnhem stuurt Gerlach in 1587 naar Zeeland.

De Staten-Generaal besluiten in 1591 tot een groot offensief. Prins Maurits krijgt een raad toegevoegd waarvan ook Gerlach van der Capellen deel uitmaakt. Zijn ervarenheid en kennis van Gelderland en Overijsel komen de raad goed van pas. Verscheidene steden en kastelen langs de IJssel gaan over naar het staatse leger. Op 30 mei 1591 geeft Zutphen zich aan de prins over en Gerlach van der Capellen beijvert zich voor hulp aan de inwoners. De stad behoudt haar privileges en van de vrije keuze van de magistraat. Hij beëdigt de nieuwe regering met de kanselier Elbertus Leoninus en oogst grote waardering.

Hij krijgt voorrechten en geschenken aangeboden, maar weigert alles. Prins Maurits, die Friesland te hulp wil schieten, krijgt de wijze raad van Gerlach van der Capellen geen extra vijanden te maken. Oldenbarneveld steunt Gerlach. De Prins maakt zich eerst meester van Deventer.

Staatse soldaten ontzetten met hulp van Gerlach van der Capellen Knodsenburg bij Nijmegen en andere forten in 1592. Parma moet zich terugtrekken. Op de Gelderse landdag in Zaltbommel, dat zich aan Holland verbonden acht, zorgt hij er voor dat Zaltbommel zich weer aansluit bij Gelderland. In 1592 moeten de Spaanse soldaten ook de sterke vesting Bredevoort verlaten.

Een sluipmoordenaar verwondt Gerlach levensgevaarlijk maar hij herstelt en wordt in 1610, na het overlijden van Gerard Voet, tot kanselier van Gelre en Zutphen benoemd. 'Met wijsheid en ervarenheid, gepaard aan de striktste rechtvaardigheid' neemt hij dit ambt tot zijn dood waar. In 1618 geeft hij blijk van onpartijdigheid, toen hij, zelf contraremonstrantsche, de prins aanraadt de regering in Nijmegen niet in contraremonstrantse zin te wijzigen.

Gerlach van der Capellen wordt in 1584, na de dood van zijn vader met Rijsselt bij Eefde en in 1585 met Swavinck beleend. In 1601 koopt Gerlach van Derk van Iseren de havezate den Boedelhoff in Eefde bij Warnsveld. Bij zijn dood richten de nabestaanden in de Grote of Sint Walburgskerk in Zutphen een gedenkteken op, dat de herinnering aan de man, die zijn leven aan de vrijheid van zijn vaderland wijdt, bewaart. Zijn zinspreuk is: ‘Pietate et fortitudine’ (door vroomheid en dapperheid). P. Gaukelius, conrector in Zutphen, beschrijft zijn leven in 1626. Herdruk in de Gedenkschriften van zijn zoon Alexander.

Gerlach van der Capellen huwt op 23 oktober 1575 Margaretha Schimmelpenninck van der Oye, dochter van Alexander of Sander Schimmelpenninck van der Oye, heer van den Engelenburg bij Brummen (1510 Zutphen - 1559) en van Agnes van Twickelo (1510 Delden - 1577). Hij tocht haar in 1621 aan Boedelhoff. Zij overlijdt in 1633. Zij krijgen twee zoons en vier dochters. Van de zoons volgt Hendrik en komt Alexander in deel I, 568 voor.

Twee dochters zijn ongehuwd overleden. Judith wordt de gade van Lucas van Essen. Agnes huwt met Alexander Schimmelpenninck van der Oye. Zijn portret bevindt zich bij baron Van der Capellen in 's Gravenhage (door een onbekende kunstenaar) en wordt gelithografeerd door Desguerrois.

Alexaner vander Capellen

Boven: Alexander van der Capellen is een zoon van Gerlach en Margaretha Schimmelpenninck van der Oye. Alex trouwt met Emilia van Zuylen van Nyeveld. Vanaf 1635 is Alexander een vertrouwde raadsman van prins Frederik Hendrik.

Zie: Nederl. Adelsboek (1928), 312; Wapenheraut XXII, 507, 508 (bovenvermelde memorietafel); Scheltema, Staatk. Nederland; Geld. Volksalmanak 1852; Kok, Vaderl. Wdb. IX, 115-123.

1. Wijnand van Twickelo; # voor 1359 x Svenika, woont te Vreden (Duitsland) Kinderen:
1.1. Ludolf. (Volgt 2)
1.2. Rutger; bezat Hof te Langelo
1.3. Wilhelmus; priester
1.4. Elseke x Johan van Vorden (van Hövelin)

2. Ludolf of Ludike van Twickelo # voor 1392 X Hadewich van Vorden genaamd van Bernding, zuster van Johan van Vorden (van Hövel); woont te Vreden; krijgt het losrecht van tienden o.m. bij Ammeloe in kerspel Vreden; Kinderen:
2.1. Rudolf (de Jager), (volgt 3)
2.2. Egbert (van den Cosingcampe of de Vos); (volgt 3b)
2.3. Rutger; beleend met goed Ten Slade te Neede, de Sudhove in Weddehoen, Boterhuis te Neede en hofstede op de Nijendijck te Diepenheim, vermeld Tijdrekenkundig Register 1395)
2.4. Jutte x Gert Snoyen, leenman van de heer van Steinfurt in Delden en leenman van de bisschop. In 1336 schepen van Oldenzaal.
2.5. Aleid
2.6. Mechteld
2.7. Margaretha
2.8. Elisabeth
2.9. (Mogelijk nog Adolf)

3. Rudolf van Twickelo genaamd de Jager x N.N. van Enschede; vermeld 1385 heette ook Scultesikken, vermeld in Döhmann; had bezittingen bij Weddehoen; wordt in 1400 burger in Deventer; 1412 beleend met het Wageler in Enschede; ook beleend met Pils Hove; kinderen:
3.1. Rudolf, (Volgt 4)
3.2. Herman genaamd de Jager; vermeldt 1419, 1421; krijgt goed ten Slade in heerschap Borculo (Een Herman vermeld in ’t Kerspel Vreden N.L. 1941 K 400)
3.b Egbert of Engelbert van Twickelo genaamd van den Cosingcampe of de Vos; zoon
Roelof;

4.b Roelof van Twickelo (de Vos) # 1459 x Berteld Vierdagh; Schepen en Raad van Deventer; bezit Effink of Elsen; zonen:
Engelbert (Volgt 5c)
Jacob

5.c Engelbert van Twickelo # voor 13 nov. 1515 x Johanna van Langen # na 24 aug. 1524; dr. van ridder Roelof van Langen van Bevervoorde en Garberich van Irth; woonde te Vreden; 1487 beleend met Leessinck in Stadlohn; kinderen
Herman van Twickelo (volgt 6b)
§ Anna van Twickelo x 1530 Claes van Deutz genaamd Buth
§ Agnes van Twickelo # 1577 x 1e 17 maart 1456 Sander Schimmelpennick van der Oye # 1558 – Zuthpen, schepen en scout van Zutphen, rentmeester Gelderse domeinen, zn. Van Jaco en Anna van Luir; 2e n.n. ten Voorden.

§ Johannes van Twickelo, klerk dioscees Munster voorgedragen voor vicari te Rijssen 1524
§ Jurrien van Twickelo “in ampte armis in registra militarum des Stifts Munster“ 1546
§ Gerbrich van Twickelo

6.b Herman van Twickelo

6b.1 Haeck van Twickelo

7b. Haeck van Twickelo x Mechtelt van Meeckeren tot de Blaeck, dr. Van Herman en

Catharina Schimmelpennicnk; gegoed in Voorst, 1556 hopman; had 1550-1556 geschil met Hendrik van Middachten over het huis de Blaecke bij Voorst; lid van de Ridderschap zonen:

7.b1 David van Twickelo
7.b2 Herman van Twickelo (Volgt 8e)
7.b3 Frederik van Twickelo (Herman en Frederik namen 1571 de Blaecke in bezit)
7.b4 Arend

 

http://home.kpn.nl/kroez574/twickelo.htm

 

--------------------------------

Vader: Engelbert van
Name: Agnes VAN TWICKELO
Born: ABT 1510 at: Amt Delden, Provinz Overijsel, Niederlande 1
Married: 17 MAR 1546 at:
Died: 1577 at:
Spouses: Sander SCHIMMELPENNINCK VAN DER OYE

http://www.schimmelpfennigweb.de/dutch/fam00181.htm

----------------

Agnes van Twickelo (circa 1510 - 4 mei 1551) was de jongste dochter van Johan III van Twickelo en Judith Sticke (-1516), die waren getrouwd in 1506. Uit het huwelijk van Goossen en Agnes zijn vijf kinderen bekend:

Johan van Raesfelt tot Twickel (-1604) de erfopvolger van Twickel, trouwde in 1572 met Lucia van Heiden. Johan werd in 1562 met Twickel beleend.
Goossen van Raesfelt tot Rutenborg, de Jonge, begraven in de Dom van Münster, trouwde met Lucia van Twickelo tot Rutenborg, volgde zijn vader op als drost van Twente.
Adolf van Raesfelt, eerst domheer te Münster.
Dietrich van Raesfelt, domheer, later drost te Bocholt.
Bitter van Raesfelt, domheer te Munster, begraven in de Dom van Münster
Agnes overleed in 1551 en werd begraven in het koor van de kerk van Delden, waar zich haar grafsteen nog steeds bevindt. Rond 1560 hertrouwde Goossen daarop met Ermgard van Boyneburg genaamd Honstein of anders Van Bemmelsberg. Uit het huwelijk van Goossen en Ermgard werden verscheidene kinderen geboren.

Ermgard was weduwe van Johan van Raesfelt tot Raesfelt, uit welk huwelijk een zoontje was geboren dat echter jong overleed. Goossen en Ermgard deden vervolgens pogingen slot Raesfelt in hun bezit te krijgen, wat mislukte.

Strijd om erfenis
Na het overlijden van Johan van Twickelo ontstond er strijd tussen zijn schoonzoons Goossen van Raesfelt en Unico Ripperda tot Boxbergen (-1566), die in 1531 was getrouwd met de oudste dochter, Judith van Twickelo (-1554).

De twisten werden bijgelegd door een uitspraak van Maximiliaan van Egmont in 1541 en een aanvullende overeenkomst in 1547. Het resultaat was dat Goossen en Agnes Twickel zouden behouden net als het drostambt. Uit het drostambt zou Unico een jaarlijkse rente van 50 goudgulden ontvangen. Alle andere goederen werden gedeeld. Een groot deel van de boerderijen rond Twickel kwam daardoor in handen van de van Ripperda's waaronder de Ottenhof in Deldeneresch met het markenrichterschap.

In het fries dat de steen bekroont bevindt zich in een medaillon een vrouwenkopje. Men veronderstelt dat dit een portret van Agnes van Twickelo voorstelt.

http://nl.wikipedia.org/wiki/Goossen_van_Raesfelt_de_Oude
-0----------------------------

Goossen van Raesfelt werd geboren in 1499 of 1510 op het huis Ostendorf aan de Lippe in Westfalen, als tweede zoon van Johan van Raesfelt en Judith van Wylich. In 1537 huwde hij met Agnes van Twickelo.
Door zijn huwelijk in 1537 met Agnes van Twickelo verwierf hij zich een belangrijke positie in Twente. Bij huwelijkse voorwaarden bracht zijn vrouw als bruidsschat het verpande drostambt van Twente en 1000 goudgulden mee, terwijl haar vader haar het 'slot und hues to Twyckell' zou nalaten. De bruidegom zou 12.000 gouden rijnse gulden inbrengen, plus hetgeen hij nog zou erven.

In hetzelfde jaar verscheen Goossen van Raesfelt naast zijn schoonvader Johan van Twickelo op de Overijsselse landdag te Deventer, waar hij de eed van trouw aan Karel V aflegde. In februari 1539 overleed Johan van Twickelo en in oktober volgde Goossen hem op als drost van Twente.

http://www.wieiswieinoverijssel.nl/details2.asp?Id=81

-------------------------------

Engelbert van Twickelo # voor 13 nov. 1515 x Johanna van Langen # na 24 aug. 1524;

dr. van ridder Roelof van Langen van Bevervoorde en Garberich van Irth; woonde te Vreden; 1487 beleend met Leessinck in Stadlohn; kinderen

Herman van Twickelo (volgt 6b)

§ Anna van Twickelo x 1530 Claes van Deutz genaamd Buth

§ Agnes van Twickelo # 1577 x 1e 17 maart 1456 Sander Schimmelpennick van der Oye # 1558 – Zuthpen, schepen en scout van Zutphen, rentmeester Gelderse domeinen, zn. Van Jaco en Anna van Luir; 2e n.n. ten Voorden.

§ Johannes van Twickelo, klerk dioscees Munster voorgedragen voor vicari te Rijssen 1524

§ Jurrien van Twickelo “in ampte armis in registra militarum des Stifts Munster“ 1546

§ Gerbrich van Twickelo

 

http://home.kpn.nl/kroez574/twickelo.htm