Diepenheim eert haar joodse inwoners

DIEPENHEIM De stad Diepenheim eert haar joodse inwoners met drie straatnamen: Polak-, Herschel- en Nijstadstraat. Zaterdag neemt de historische vereniging Old Deep'n de drie namen officieel in gebruik tijdens de open monumentendag. Marianne Bernelot Moens-Nijstad bladert in een dik boek en stopt bij het plaatje van Opoe Diepenheim. "Dit was Lena Nijstad, mijn betovergrootmoeder", vertelt zij trots in haar woning in Hengelo. "Leenemeuje werd zij genoemd. Zij was de oudste inwoner van Diepenheim in 1930. Op 96-jarige leeftijd is zij dat jaar overleden. Ze is begraven op de joodse begraafplaats op het Diepenheimse Broek. "Zij hadden een zaak met aan de ene kant van de winkel oude gebruiksvoorwerpen (antiek) en aan de andere kant textiel. "Alda Assink zit nu in dit pand en verkoopt er weer kleding en curiosa. In feite is er niet veel veranderd."

De familie Nijstad is vandaag de dag nog verbonden aan bijvoorbeeld het tv-programma kunst en kitsch, de vereniging van Handelaren in Oude Kunst en de Delftse antiekbeurs. Ook was de vader van Marianne zo'n twintig jaar directeur van Christie's in Amsterdam.

Abraham Nijstad, geboren in 1835, kwam naar Diepenheim waar hij trouwde met Lena Koopmans in 1862. In die tijd verdwenen langzamerhand de open vuren uit de woningen en gingen mensen fornuizen en kachels gebruiken. Oude koperen potten en andere gebruiksvoorwerpen kocht Abraham op, waarna hij het winkeltje aan de Grotestraat opende.

JoŽl Nijstad zette met zijn vrouw Friederike de zaak aan de Grotestraat in Diepenheim voort na de dood van zijn ouders. Maar JoŽl stierf in kamp Vught in 1943 en zij vrouw Friederike iets later in concentratiekamp Sobibor. Na de oorlog koopt de gemeente Diepenheim de zaak. De bibliotheek sloeg er boeken op.

Een tak van de familie Nijstad uit Diepenheim woonde in Lochem. Een dochter van Abraham Nijstad uit Lochem, Leny Cohen-Nijstad die nu in Amsterdam woont, herinnert zich opoe uit Diepenheim nog heel goed. "Als zij mensen in de etalage zag kijken, zei ze altijd: U kunt beter binnen komen. Dan kunt u alles beter zien. Zo verkocht zij bijna altijd wel wat." Haar oom JoŽl kan ze zich ook nog goed voor de geest halen. "Hij fietste elke week een keer naar Lochem en kreeg dan iets mee voor opoe om te verkopen in de winkel. Veel mensen uit het Westen van het land kwamen toen al in Diepenheim. Ze stond vaak in klederdracht voor de winkel, precies zoals op die oude foto."

ONDERSCHRIFT Opoe Nijstad zei wanneer mensen voor de winkel stonden: U kunt beter binnen komen. Dan kunt u alles beter zien.

8 september 2011

---------------

Nijstad, een familie van antiquairs.

Gerdien Boonk, met dank aan mevrouw M.Bernelot Moens-Nijstad voor haar inlichtingen. De naam Nijstad zullen velen in Diepenheim wel kennen nu in het uitbreidingsplan in Noord, waar de straten genoemd zijn naar de Joodse families die voor 1942 in Diepenheim woonden, de eerste huizen aan de Nijstadstraat zijn opgeleverd. Ook zullen enkelen oudere Diepenheimers zich nog wel herinneren dat een wat ouder echtpaar Nijstad een antiekwinkeltje met woning aan de Grotestraat had en wel in het pand waarin Alda Assink nu een winkeltje is begonnen. Anderen zullen de naam Nijstad misschien wel eens hebben horen noemen in een programma op TV of tegengekomen zijn in ťťn of ander tijdschrift. Het ging dan over antiek of oude kunst. De naam is dus vooral verbonden met antiek.

De eerste stappen in de antiekhandel zette Abraham Nijstad, koopman, geboren 20.1.1835 in Hoogeveen. Hij trouwde in september 1862 met de Diepenheimse Le(e)na Koopmans, geboren 18.3.1834, wier vader ook koopman was, en verhuisde vanuit Smilde naar de woonplaats van zijn vrouw. Zij kregen 6 kinderen en wel 2 dochters en 4 zonen.

Nu moet je niet denken dat een koopman in Abrahams tijd in deze streek grote zaken deed. Nee, hij trok met een benne (een mand waarin gevogelte vervoerd kon worden), een kist, of een "pak" op de rug langs de boerderijen. Hij kocht en verkocht kleine gebruiksvoorwerpen en ook wel pluimvee. Soms, als een klant geen geld had om iets dat hij nodig had te kopen, werd het ruilhandel. Ook Abraham ging met een kist op de rug op stap.

Na omstreeks 1860 verdwenen langzamerhand de open vuren in de huizen en maakten plaats voor fornuizen en kachels. Met de komst van die "nieuwerwetse dingen" kwamen ook andere potten en pannen in gebruik. Het gevolg was dat Abraham de hand kon leggen op veel oude, vaak koperen, gebruiksvoorwerpen. Hierin ging hij zich specialiseren. In 1884 verhuisde het gezin Nijstad naar de Grotestraat. Daarvoor woonden ze in de Haaksbergerstraat, daar waar nu het pand van Han Karsenberg staat.

In de Grotestraat hadden ze de al eerder genoemde winkel. De voorgevel zag er ongeveer net zo uit als het nu nog doet. Het ene raam van de winkel met de daarachter liggende ruimte was het domein van Abraham voor zijn oude gebruiksvoorwerpen, het andere raam met de ruimte daarachter was de afdeling van Le(e)na. Zij verkocht er textiel.

Dochter Ester, geboren 30.12.1865, trouwde naar Rijssen en Aaltje, geboren 27.9.1868 naar Kampen. De beide oudste zonen: Hartog,geboren 12.9.1863 en Bernard geboren 2.4.1873 vertrokken in 1893, resp. 1902 naar Lochem, waar ze een antiekwinkel begonnen. Mozes Abraham, geboren 10.9.1875, is jong, 30.10.1894, overleden. De jongste zoon JoŽl Abraham, geboren 13.8.1878, bleef in Diepenheim. Hij trouwde op 25.5.1905 met Friederike Mildenberg uit Enschede. Zij was op 22.11.1873 geboren in Oberrad bij Frankfurt am Rein als dochter van Anna Sophie Mildenberg. Haar vader was onbekend. Abraham is op 31.12.1903 overleden en op het Joodse kerkhof op het Diepenheimse broek begraven. Le(e)na bleef met JoŽl en later ook Friederike de Diepenheimse winkel voortzetten.

Le(e)nemeuje (is tante Lena), zoals de Diepenheimers haar noemden, is op 17.7.1930 als oudste inwoonster van Diepenheim (96 jaar) overleden. Ook zij is op het Broek begraven. JoŽl en Friederike bleven kinderloos.

Begin april 1943 werden zij op bevel van de Duitse bezetters naar kamp Vught getransporteerd, JoŽl, die ziek was, overleed daar kort na aankomst en wel op 19.4.1943. Friederike stierf 14.5.1943 te Sobidor. Hun woning bleef tot winter 1944 leeg staan. Daar toen Diepenheim overspoeld werd door mensen uit Lobith en omstreken, die vanwege oorlogshandelingen daar weg moesten, werd het huis toegewezen aan de familie de Groot. Zij bleven na de oorlog in Diepenheim wonen.

In september 1951 werd het pand te koop gezet en kwam het in handen van de gemeente. (Het is niet bekend of de verkoop in opdracht van de familie Nijstad plaats vond.) Ondertussen verhuisde het gezin de Groot naar Goor en nam de familie Pannekoek hun plaats in. Toen eind 50er jaren van de vorige eeuw de Plattelands bibliotheek ook een vestiging in Diepenheim wilde werden de boeken bij de familie Pannekoek in het winkeltje opgeslagen. Eťn dag in de week kon men de boeken ruilen en de administratie werd dan bijgehouden in de achter de winkel liggende woonkamer van de bewoners. Later kwam er een eigen bibliotheekgebouw en verhuisde ook de familie Pannekoek. Andere bewoners kwamen en gingen. Het pand heeft zelfs een tijdje weer een antiekwinkeltje gehad. Nu is Peter Heppener de bewoner. Die gebruikte het winkeltje tot begin dit jaar voor zijn antiquariaat in boeken en is nu in gebruik door Alda Assink die er tweede hands merkkleding en ook prullaria verkoopt.

De Lochemse familie Nijstad was vanaf 1943 in Westerbork geÔnterneerd en wist tot aan de laatste deportaties (na Dolle Dinsdag 1944) van transport verschoond te blijven. In september 1944 zijn zij allen alsnog op transport gesteld naar Theresienstadt, alwaar zij op 9 mei 1945 door Russische troepen zijn bevrijd. Zij hebben hun kunsthandel in Lochem op de hoek van het Ei/Molenstraat voortgezet. Voor de kleinzonen van Hartog werd Lochem echter te klein.

Saam (Samuel), die na de oorlog naar Den Haag verhuisde, was betrokken bij de oprichting van de Oude Kunst en Antiekbeurs te Delft en was vele malen voorzitter van de Vereniging Handelaren in Oude Kunst. Hij is bij een breed publiek bekend geworden door het TV programma Kunst en Kitsch, waarvan hij medeoprichter was. Na zijn pensionering heeft hij op boeiende en toegankelijke wijze zijn herinneringen te boek gesteld. Hij is op 5 januari dit jaar op 88 jarige leeftijd in Den Haag overleden.

Harts (Hartog) is begin jaren 70 van de vorige eeuw met de zaak naar Amsterdam verhuisd en wel naar het Rokin, een straat waar toen kunsthandel en veilingwezen een belangrijke plaats innamen. Verhuizing naar het Rokin ging met name om de kunstactiviteit en was vooral omdat de belangrijke klanten in de korte tijd dat ze in Nederland waren niet meer naar de periferie kwamen. Later is hij directeur Nederland van veilinghuis Christies geworden. Tot op hoge leeftijd heeft hij hier in de regio (hij woonde in Lochem) velen, o.,a. Het Nijenhuis (bij Heino) en kasteel Twickel, geadviseerd. Hij is op 12 juni j.l. op 86-jarige leeftijd overleden.

5 oktober 2011